Bos
Inleiding
Welkom bij de handleiding voor bosbeheer. Deze gids biedt uitgebreide informatie over het beheren en beschermen van bossen in Vlaanderen.
Elke ingreep in of rond jouw bos vertrekt bij één vraag:
Welke regels uit het Bosdecreet zijn op jouw perceel van toepassing?
Het Bosdecreet (1990) blijft vandaag het centrale instrument voor bosbeheer in Vlaanderen.
Het bepaalt:
- wat als bos wordt beschouwd
- wanneer je mag kappen
- wanneer ontbossing (uitzonderlijk) mogelijk is
- welke vergunningen, meldingen of beheerplannen jij nodig hebt
- welke subsidies jij kan aanvragen
Dit hoofdstuk helpt je snel te bepalen wat mag en wat niet, en welke stappen jij als eigenaar moet volgen.
ZEER BELANGRIJK VOOR JOU ALS EIGENAAR
Het Bosdecreet geldt voor elk bos, ongeacht de planologische bestemming.
Dus ook voor bos in landbouwgebied, woongebied of recreatiegebied.
Dat betekent:
✔ Ontbossing is in principe verboden.
✔ Kappen mag alleen met melding, kapmachtiging of via een goedgekeurd natuurbeheerplan.
✔ Herbebossing of boscompensatie is meestal verplicht na ontbossing.
✔ Een natuurbeheerplan geeft jou meer rechtszekerheid én toegang tot subsidies.
1. Wat is “bos” volgens het Bosdecreet?
Een terrein is bos wanneer het:
- hoofdzakelijk met bomen of struiken bezet is,
- minstens 10 meter breed is,
- en een permanent vegetatiedek vormt.
Ook dit wordt wettelijk als bos beschouwd:
- spontane verbossing
- hakhoutbestanden
- open plekken, brandgangen en dienstwegen binnen een bos
- kleine bosjes die aan de criteria voldoen
Niet als bos beschouwd:
- boomgaarden
- korte-omloop-houtteelt buiten kwetsbare gebieden
- populieren- en wilgenaanplant voor landbouwproductie
2. Het bosdecreet: jouw basisregels
Het Bosdecreet steunt op vijf principes:
- ontbossing vermijden
- aantasting van bos beperken
- duurzaam beheer stimuleren
- herstel van aangetast bos
- biodivers bosbeheer ondersteunen
In de praktijk betekent dat voor jou:
✔ behoud is de regel
✔ ingrepen moeten de bosfunctie respecteren
✔ vergunningen voorkomen verrassingen en conflicten
3. Natuurbeheerplan: jouw sleutel tot rechtszekerheid
Sinds 2017 zijn natuurbeheerplannen de standaard geworden voor bos- en natuurbeheer in Vlaanderen.
Voor de meeste eigenaars is een natuurbeheerplan vrijwillig, maar terreinen met specifieke natuurdoelen of die liggen in VEN (Vlaams Ecologisch Netwerk), SBZ ( Vlaanderen Speciale Beschermingszones) of een erkend natuurreservaat, moeten verplicht een natuurbeheerplan van type 2 of hoger opstellen.
Een natuurbeheerplan wordt opgesteld voor 20 jaar en geeft duidelijke afspraken tussen jou en het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB).
Waarom een natuurbeheerplan belangrijk is voor jou?
Een natuurbeheerplan:
✔ beschrijft de beheerdoelen voor de komende 20 jaar
✔ vertrekt altijd vanuit de bestaande toestand
✔ bepaalt hoe je doelen bereikt rond:
- biodiversiteit
- houtproductie
- recreatie
- landschap en andere functies
✔ legt vast welke kappingen, ingrepen en herbebossing zijn toegestaan
✔ maakt veel ingrepen eenvoudiger (melding i.p.v. vergunning)
✔ geeft toegang tot hogere subsidies
4. De vier types Natuurbeheerplannen (NBP)
Er bestaan vier soorten natuurbeheerplannen.
Ze verschillen in ambitie, ecologische verwachtingen en subsidievoorwaarden.
Een natuurbeheerplan kan voor één beheerder gelden, maar ook gezamenlijk worden opgesteld door meerdere eigenaars of organisaties.
In natuurbeheerplannen wordt vaak gewerkt met natuurstreefbeelden (zie hieronder).
Die geven aan welke natuurkwaliteit je op (een deel van) het terrein wil behouden of ontwikkelen.
Vanaf natuurbeheerplan type 2 moet jouw beheer voldoen aan de Criteria voor Geïntegreerd Natuurbeheer (CGN).
Wat betekenen die CGN voor jou?
- Ze vormen de basisregels voor alle plannen van type 2, 3 en 4.
- Ze zorgen ervoor dat jouw beheer ecologisch verantwoord, maatschappelijk waardevol en economisch haalbaar blijft.
- Ze zijn het kader waarop jouw natuurbeheerplan wordt beoordeeld.
Met andere woorden:
Wil je hoger scoren in natuurkwaliteit of subsidies? Dan bepalen de CGN hoe je dat doet.
4.1 Wat is een natuurstreefbeeld?
Een natuurstreefbeeld is een duidelijk omschreven natuurdoel dat je in een natuurbeheerplan kan nastreven.
Het geeft aan welk habitat, ecosysteem of landschapstype je op jouw terrein wil ontwikkelen of behouden.
Natuurstreefbeelden zijn gebaseerd op:
- Europese en Vlaamse habitattypes
- leefgebieden van soorten
- procesgestuurde natuur (natuur die zichzelf kan onderhouden, bv. spontane bosontwikkeling)
In de regelgeving zijn alle natuurstreefbeelden opgelijst in Bijlage 3 van het BVR natuurbeheerplannen.
Voorbeelden zijn: duinen, heides, graslanden, bossen, moerassen en watergebonden natuur.
Een natuurstreefbeeld helpt jou en de overheid om:
1. duidelijk te bepalen waar je naartoe werkt,
2. welke ingrepen nodig zijn,
3. en welke subsidies daarvoor mogelijk zijn.
Wil je er meer over weten?
Het INBO beschrijft deze natuurlijke systemen uitgebreid in het Handboek voor beheerders – Deel 1: Habitats.
Type 1 – Behoud van bestaande natuurkwaliteit
Doel: de huidige ecologische toestand behouden, zonder verplichting om natuur te verbeteren.
Als eigenaar garandeer je dat:
✔ de aanwezige soorten en habitats behouden blijven
✔ er geen omvorming gebeurt naar soortenarme vegetaties
✔ er geen exotische soorten worden ingebracht
Dit type is geschikt voor:
- kleine bospercelen
- eigenaars die hun terrein willen beheren zonder grote natuurambities
- terreinen buiten VEN en SBZ waar vooral functioneel beheer nodig is
Belangrijk:
Het standstill-principe geldt: je natuurkwaliteit mag niet achteruitgaan, maar er zijn geen verplichte natuurstreefbeelden.
Type 2 – Verbeteren van natuurkwaliteit
Doel: de natuurkwaliteit verbeteren op minstens 25% van het terrein.
Type 2 verplicht jou om op het hele terrein te werken volgens de Criteria voor Geïntegreerd Natuurbeheer (CGN).
Geschikt voor:
• beheerders die natuur willen versterken maar ook flexibel bosbeheer behouden
• terreinen in VEN of SBZ (dit is vaak het minimumtype wanneer je subsidies wil)
✔ Minstens 25% van jouw terrein krijgt natuurstreefbeelden of soortgerichte doelen
Op dat deel moet je concreet kiezen voor één van deze opties:
1. Minstens 1 natuurstreefbeeld uit de officiële lijst van het BVR natuurbeheerplannen lijst realiseren, bijlage 3.
2. Een leefgebied voor soorten, namelijk:
- een Europees beschermde soort
- een soort die kenmerkend is voor een Europees beschermde habitat: zie hier voor meer info.
- een soort met een soortenbeschermingsprogramma (SBP): zie hier voor meer info.
- (alleen bij type 2) een soort beschermd door het Vlaamse Soortenbesluit (15 mei 2009)
Deze 25% van jouw terrein moet dus actief bijdragen aan hogere natuurkwaliteit.
✔ Maximaal 10% exoten op het hele terrein
Je mag exoten behouden, maar in totaal mag niet meer dan 10% van jouw terrein uit exoten bestaan.
In VEN of SBZ kunnen de regels strenger zijn.
✔ Op de overige 75% mag je naald- of loofhout of andere vegetaties naar keuze beheren.
Let op: ook hier blijft het standstill-principe gelden, zoals beschreven in de CGN.
✔ Afwijken van de CGN?
Dat kan, maar alleen mits goede motivatie. In uitzonderlijke situaties is maatwerk toegestaan.
Type 3 – Hoogste natuurkwaliteit
Doel: het volledige terrein wordt ingericht volgens één of meerdere natuurstreefbeelden van hoge kwaliteit.
Dat betekent:
✔ CGN gelden voor 100% van de oppervlakte
✔ minstens één natuurstreefbeeld voldoet aan de minimale oppervlakte-eisen volgens tabel hieronder (zie bijlage 3 BVR natuurbeheerplannen en reservaten en figuur hieronder van ANB, toepasbaar voor type 3 en 4). Klik hier voor de LSVI-tabellen van INBO voor vogelrichtlijnsoorten en hier voor habitatrichtlijnsoorten .

Figuur ANB, toepasbaar voor type 3 en 4
✔ tot 10% afwijking mogelijk mits motivatie
✔ je kan ook kiezen voor een soortenleefgebied, op voorwaarde dat het ecologisch zinvol is voor:
• A: een Europees beschermde (habitattypische) soort
• B: een soort met een goedgekeurd soortenbeschermingsprogramma (SBP)
✔ ecologie primeert maar economische en sociale functies blijven mogelijk zolang ze de natuurdoelen niet hinderen
Type 3 is geschikt voor:
• terreinen met sterk natuurpotentieel
• eigenaars die maximaal inzetten op natuurontwikkeling
• wie gebruik wil maken van de hoogste subsidies binnen bos- en natuurbeheer
Type 4 – Erkend natuurreservaat
Doel: langdurige bescherming en beheer volgens natuurstreefbeelden van het hoogste niveau.
Type 4 heeft dezelfde ecologische ambities als Type 3, maar mét een juridische erkenning als natuurreservaat.
Het is de hoogste categorie binnen de natuurbeheerplannen.
Wat houdt dit in?
✔ CGN gelden op 100% van het terrein (zoals bij type 3)
✔ natuurbeheer wordt een permanente erfdienstbaarheid, waarbij jij je verbindt om het beheer blijvend verder te zetten
✔ om de 24 jaar moet je een nieuw natuurbeheerplan indienen
✔ het terrein moet actief bijdragen aan regionale natuurdoelen (instandhouding van soorten of habitats)
Wanneer kan een terrein erkend worden als natuurreservaat?
Een terrein komt in aanmerking wanneer het voldoet aan minstens één van de volgende voorwaarden:
- Natuurstreefbeelden of soortenleefgebieden zijn aanwezig, én het terrein is groot genoeg voor natuurlijke processen
(zoals begrazing, successie, mozaïeklandschappen of onbeheerde climaxvegetaties). - Het terrein bevat één of meerdere goed ontwikkelde natuurstreefbeelden die betekenisvol bijdragen aan de regionale gunstige staat van instandhouding.
- Het terrein bevat één of meerdere geschikte leefgebieden voor soorten die substantieel bijdragen aan de regionale instandhouding.
- Het terrein bezit een uitzonderlijk hoge biodiversiteit, en is groot genoeg om die biodiversiteit duurzaam te behouden.
In de praktijk is een type 4 dus een type 3 + formele erkenning én permanente beheerverbintenis.
Voordelen van type 4
✔ recht op aankoopsubsidies voor terreinuitbreiding
✔ hoogste beheersubsidies en inrichtingssubsidies
✔ sterkste juridische bescherming
✔ aantrekkelijk statuut voor eigenaars die langdurig willen investeren in natuur
4.2 Combinaties van types binnen één natuurbeheerplan
Een natuurbeheerplan kan verschillende types bevatten voor verschillende zones binnen hetzelfde terrein.
✔ je kiest één globaal type voor het volledige beheergebied
✔ afzonderlijke zones kunnen strenger worden ingeschaald
(bijvoorbeeld een type 3-zone binnen een type 2-plan)
✔ strengere zones geven recht op hogere subsidies
Let op:
Type 1 kan niet gecombineerd worden met types 2, 3 of 4.
Types 2, 3 en 4 kunnen wél gecombineerd worden binnen één plan.

5. Kappen in het kader van een kapmachtiging
Een kapmachtiging is de verplichte toelating van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) om een deel van een bos te kappen, tenzij de kapping expliciet is opgenomen in een goedgekeurd natuur- of beheerplan.
BELANGRIJK VOOR JOU ALS EIGENAAR
✔ kappen mag nooit zomaar: je hebt melding, kapmachtiging of een natuurbeheerplan nodig
✔ ontbossen is in Vlaanderen in principe verboden
✔ ontbossing kan alleen met een omgevingsvergunning én boscompensatie, tenzij een uitzondering geldt
✔ een goedgekeurd natuurbeheerplan maakt kappingen vaak veel eenvoudiger (soms geen kapmachtiging nodig)
✔ regels kunnen strenger zijn in VEN of SBZ
5.1 Wanneer heb je een kapmachtiging nodig?
Je hebt een kapmachtiging nodig voor:
✔ boskappingen die passen binnen duurzaam bosbeheer (zoals dunningen), maar niet zijn opgenomen in een goedgekeurd natuurbeheerplan
✔ kappingen die niet vooraf vastgelegd zijn
✔ kaalkappen die groter zijn dan de maximale toegelaten oppervlakten
Maximale oppervlakten volgens het Bosdecreet:
• 3 ha bij kaalkap van niet-inheems loofhout
• 1 ha bij kaalkap van inheems loofhout
ANB kan bijkomende voorwaarden opleggen (bijv. heraanplant, timing, boomsoorten).
5.2 Wanneer heb je géén kapmachtiging nodig?
Kappingen in een goedgekeurd natuurbeheerplan
✔ mogen onmiddellijk uitgevoerd worden
✔ geen vergunning of melding nodig
✔ voorwaarden van het plan blijven gelden
Noodkappingen (acuut gevaar)
✔ mogen onmiddellijk
✔ binnen 24 uur melden aan ANB
✔ motivatie vereist
Sanitaire kappingen (ziekte of schade)
Bijv. schorskever, wortelrot, stormschade
✔ 14 dagen vooraf melden
✔ motivatie vereist
Ontheffingen in VEN of SBZ
✔ Worden vaak automatisch mee verleend bij een goedgekeurd natuurbeheerplan.
5.3 Wat regelt de kapmachtiging?
✔ maximale oppervlakte bij kaalkap
✔ beperkte geldigheidsduur
✔ aanvraag via ANB
✔ verplichte herbebossing volgens:
• het natuurbeheerplan, of
• voorwaarden die ANB oplegt (beplanting, bezaaiing of spontane begroeiing)
Voor percelen in VEN/SBZ kunnen bijkomende natuurvoorwaarden of vergunningen gelden.
6. Ontbossing
Ontbossing is “iedere handeling waardoor een bos geheel of gedeeltelijk verdwijnt en de grond een andere bestemming of gebruik krijgt.”
In Vlaanderen is ontbossen in principe verboden, behalve in specifieke uitzonderingen.
6.1 Wanneer mag je ontbossen (met omgevingsvergunning)?
Ontbossing is toegelaten in de volgende situaties:
1. handelingen van algemeen belang
2. ontbossing in woon- of industriegebied
3. ontbossing van uitvoerbare delen van een vergunde verkaveling
4. ontbossing voor vastgestelde Europese natuurdoelen, als dit expliciet in een natuurbeheerplan staat
Een omgevingsvergunning is bijna altijd verplicht, meestal met boscompensatie, tenzij een vrijstelling geldt.
6.2 Wanneer heb je géén omgevingsvergunning tot ontbossing nodig?
1) Ontbossing in een erkend natuurreservaat of natuurbeheerplan type 4
✔ Geen omgevingsvergunning nodig wanneer de ontbossing expliciet is opgenomen in een goedgekeurd natuurbeheerplan type 4
✔ Belangrijk onderscheid naar datum van goedkeuring van het plan:
- Natuurbeheerplannen goedgekeurd vóór 2009
→ ontbossing zonder vergunning is mogelijk als ze expliciet in het beheerplan staat - Natuurbeheerplannen goedgekeurd vanaf 2009
→ ontbossing zonder vergunning is alleen toegestaan wanneer ze
én expliciet in het beheerplan is opgenomen
én noodzakelijk is voor Europese natuurdoelen (Vogel- of Habitatrichtlijn)
✔ In beide gevallen volstaat een melding aan het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB)
2) Spontane bebossing jonger dan 22 jaar (agrarisch gebied)
✔ geen vergunning
✔ geen boscompensatieplicht
✔ wel melding aan ANB
Voorwaarde: < 22 jaar oud en gelegen in agrarisch gebied.
3) Recent aangeplante privébossen in agrarisch gebied
✔ geen vergunning wanneer:
• het bos binnen 22 jaar na aanplant wordt gekapt, of
• binnen 3 jaar na laatste exploitatie wordt omgezet naar landbouw
✔ wel melding aan ANB
✔ geen boscompensatieplicht
6.3 Individuele ontheffing
Voor alle andere situaties is ontbossing verboden.
Wie toch wil ontbossen, moet:
1. eerst een individuele ontheffing van ANB aanvragen
2. daarna een omgevingsvergunning indienen
Zonder ontheffing is geen ontbossing mogelijk.
6.4 Adviesverlening bij ontbossing
Wanneer je een omgevingsvergunning voor ontbossing indient, vraagt het Omgevingsloket automatisch advies aan de bevoegde instanties.
Welke adviezen nodig zijn, hangt af van de ligging en het statuut van jouw perceel.
Advies kan komen van:
• ANB: voor bossen, natuur, VEN-gebieden en speciale beschermingszones (SBZ)
• Agentschap Onroerend Erfgoed: voor percelen in of nabij beschermde monumenten, landschappen of stads- en dorpsgezichten
• Departement Landbouw en Visserij: voor ontbossingen in agrarisch gebied
Deze adviezen worden meegenomen in de beoordeling van jouw aanvraag.
Ze zijn meestal niet bindend, behalve wanneer de regelgeving een verplicht advies vereist.
7. Compensatie
Bij een omgevingsvergunning tot ontbossing geldt bijna altijd een compensatieplicht.
Compensatie kan op drie manieren:
1. nieuwe bosaanplant op eigen of andermans grond
2. een derde laten bebossen (met uitvoering door jou gegarandeerd)
3. financiële bijdrage aan het boscompensatiefonds
7.1 Vrijstellingen van compensatie
✔ ontbossingen zonder vergunningplicht
✔ nieuwe verkavelingen (na 23/03/2001: compensatieplicht bij de verkavelaar)
✔ sociale woningbouwprojecten
7.2 Compenserende bebossing
Bij compenserende bebossing:
• voeg je een beplantingsplan toe
• moet de nieuwe aanplant minstens 25 jaar bos blijven
Te compenseren oppervlakte = oppervlakte ontbossing × compensatiefactor
Factoren:
• 3 → habitatwaardig bos / Europees beschermde habitats
• 2 → inheems loofbos (≥ 80% inheems loofhout)
• 1,5 → gemengd bos (20–80% inheems loofhout)
• 1 → niet-inheems loofhout of naaldbos (≥ 80%)
Compensatie in verkavelingen moet binnen 2 jaar na vergunning uitgevoerd worden.
8. Vergunning voor het kappen van hoogstammige bomen buiten bos
Het kappen van hoogstammige bomen buiten bos valt onder de regels van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO). Hiervoor is een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen nodig, tenzij een vrijstelling van toepassing is.
Wat is een hoogstammige boom?
✔ stamomtrek ≥ 1 meter op 1 meter hoogte
8.1 Wanneer heb je géén vergunning nodig?
1. Bomen bij een vergunde woning of bedrijfsgebouw
Geen vergunning nodig wanneer:
✔ de boom niet in bos ligt
✔ het perceel zich in woon- of industriegebied bevindt
✔ de boom op de huiskavel staat
✔ de boom binnen 15 meter van een vergunde woning of bedrijfsgebouw staat
2. Acuut gevaar
Kappen mag zonder vergunning wanneer er onmiddellijk gevaar is.
Voorwaarde:
✔ voorafgaande schriftelijke instemming van ANB
3. Vermelding in een goedgekeurd natuurbeheerplan
Staat de kapping uitdrukkelijk vermeld in het beheerplan?
✔ dan is geen vergunning nodig
9. Subsidies voor bosbeheer en bebossing
Vlaanderen ondersteunt boseigenaars via verschillende subsidiekanalen, vooral via ANB en het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB).
Sommige subsidies zijn alleen toegankelijk voor terreinen met een natuurbeheerplan type 2, 3 of 4.
9.1 Subsidie voor bebossing en herbebossing
Je kunt steun krijgen voor:
✔ aanplant
✔ actief ondersteunde natuurlijke verjonging met inheemse boomsoorten op landbouwgrond of andere terreinen.
Niet gesubsidieerd:
✘ herbebossing als compensatie na ontbossing
✘ aanplant met niet-inheemse soorten, behalve in uitzonderingen
Voorwaarden:
✔ de aanplant blijft minstens 20 jaar bos
✔ aanvraag minstens 3 maanden vooraf via ANB
✔ minimale oppervlakte: 0,5 ha
✔ plantdichtheid volgens ANB-richtlijnen (± 1600–3300 st./ha)
Subsidiebedragen (indicatief):
• € 2,50/m² voor aanplant
• € 1,96/m² voor natuurlijke verjonging
≈ € 25.000/ha (aanplant)
≈ € 19.600/ha (natuurlijke verjonging)
Mogelijke toeslagen:
• specifieke of aanbevolen herkomsten
• onderetage of bijmengingen
9.2 Bebossing op landbouwgrond (GLB-steun)
Voorwaarden:
✔ de grond was landbouwgrond in de 5 jaar vóór aanvraag
✔ het bos blijft minstens 25 jaar (of 15 jaar bij populier volgens GLB)
✔ aanvraag door eigenaar of pachter (met toestemming)
Steun bestaat uit:
• investeringssteun voor aanplant
• onderhoudsvergoeding gedurende eerste 5 jaar
• inkomenscompensatie voor landbouwers
9.3 Subsidie voor openstelling van het bos
Eigenaars die hun bos vrijwillig openstellen voor het publiek, kunnen een jaarlijkse vergoeding krijgen.
Voorwaarden:
✔ bos is het hele jaar toegankelijk
✔ max. 5 maanden afsluiting om ecologische redenen
✔ max. 30 dagen afsluiting voor jacht
✔ aanvraag vóór 1 oktober
Bedragen:
• € 50/ha/jaar voor openstelling
• € 100/ha/jaar voor erkende speelzones
9.4 Subsidie voor ecologische functie
Deze subsidie kan je enkel krijgen voor natuurbeheerplannen type 2-4 ter ondersteuning van ecologisch beheer.
Bedragen:
• € 50/ha/jaar voor bestanden met overwegend inheemse soorten
• € 125/ha/jaar voor open plekken & specifieke natuurdoeltypen
Voorwaarden:
✔ minstens 75% inheemse soorten in onder- en nevenetage
✔ geen kaalslagen > 1 ha binnen 10 jaar
✔ aanvraag vóór 1 oktober
9.5 Subsidie voor het opstellen van een uitgebreid natuurbeheerplan
Deze eenmalige subsidie ondersteunt eigenaars (>5 ha) bij de opmaak van een natuurbeheerplan type 2–4.
Bedragen per ha:
• € 200/ha (1–2 beheerders)
• € 220/ha (3–10 beheerders)
• € 250/ha (>10 beheerders)
Aanvragen binnen 3 maanden na goedkeuring van het plan.
Groepsplannen krijgen extra stimulans.

10. Toegankelijkheid van bossen
In Vlaanderen zijn boswegen standaard toegankelijk voor wandelaars (volgens het Bosdecreet). Beperking van toegang kan enkel via officiële ANB-borden aan de toegangen.
Wil je de toegang sturen of zones definiëren (bijv. paden openen of sluiten, recreatieve zones)?
✔ dan gebeurt dit via een toegankelijkheidsregeling, goedgekeurd door ANB en opgenomen in het beheerplan.
Georganiseerde activiteiten (sport, evenementen, groepswandelingen) vereisen meestal een machtiging van ANB.
Signalisatie: officiële ANB-borden (V.00–V.21, A- en Z-reeksen).
10.1 Verzekering bij openstelling
Bij openstelling val je automatisch onder de collectieve BA-verzekering van de Vlaamse overheid (Ethias).
Dekking geldt wanneer:
✔ bezoekers de toegangsregels volgen
✔ het bos officieel toegankelijk is (Bosdecreet of toegangsregeling)
Niet gedekt bij:
- gemotoriseerd gebruik
- jacht
- activiteiten zonder toestemming
Voor private eigenaars betekent dit:
✔ bos openstellen kan zonder extra verzekeringsplicht.
11.Bosuitbreiding
Vlaanderen streeft naar 10.000 ha extra bos tegen 2030.
Uitbreiding gebeurt vooral naast bestaande bossen en natuurverbindingen, maar loopt traag door:
• ruimtelijke druk
• vergunningstrajecten
• regels rond vegetatiewijziging
Ondersteuning: bosgroepen, ANB, BOS+, praktijkgidsen.
Ferrariskaarten (1771–1778) blijven belangrijke indicator voor historisch bos.
12. Bosinventarisatie
ANB voert een doorlopende bosinventarisatie uit op meetpunten verspreid over Vlaanderen.
Gemeten wordt o.a.:
• boomhoogtes
• diameters
• dood hout
• ondergroei
• verjonging
De resultaten tonen trends in soorten, structuur, dood hout, verjonging en verschillen tussen historische en jonge bossen.
Actuele gegevens vind je hier.
12.1 Oppervlaktes Vlaamse bossen
Vlaanderen telt naar schatting ongeveer 150.000 hectare feitelijk bos, goed voor ongeveer 11% van het grondgebied. Deze cijfers zijn gebaseerd op de Vlaamse bosinventarisaties van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB).
De feitelijke bosoppervlakte ligt duidelijk hoger dan het planologisch bosgebied. Dat komt omdat ook bos voorkomt buiten zones die in ruimtelijke plannen als ‘bosgebied’ zijn aangeduid, bijvoorbeeld in landbouwgebied of gemengde bestemmingen. Voor eigenaars betekent dit dat bosregels ook van toepassing kunnen zijn buiten strikt aangeduide boszones.
Een groot deel van het Vlaamse bos is in privé-eigendom. Op basis van verschillende analyses wordt geschat dat ongeveer 60 à 70% van de bossen beheerd wordt door private eigenaars. Dat maakt private eigenaars een sleutelactor in het Vlaamse bos- en natuurbeleid.
Hoewel Vlaanderen over een relatief beperkte bosoppervlakte beschikt, speelt bos een belangrijke rol in het landschap, het platteland en de bredere hout- en natuurketen. Duurzaam bosbeheer is daarom niet alleen van ecologisch belang, maar ook relevant in functie van klimaat, houtvoorziening en multifunctioneel ruimtegebruik.
Deze eigendomsstructuur betekent dat veel beleidsdoelstellingen – zoals bosbehoud, bosuitbreiding en klimaatrobuust beheer – in belangrijke mate samen met private eigenaars gerealiseerd worden. Landelijk Vlaanderen ondersteunt eigenaars net in die rol, door duidelijkheid te bieden over regels, mogelijkheden en beheerkeuzes.
Vind meer info hier.