Verzilting van de polders

14 aug 2024
Vlaanderen, België
Valerie Vandenabeele
Verzilting van de polders

Auteur: Jeroen De Waegemaeker (ILVO) Bronnen: Kust en Klimaat, gids voor een gebiedsgerichte aanpak; Kust en klimaat. Gids voor een gebiedsgerichte aanpak | Vlaanderen.be Publiekslezing ‘De toekomst van de landbouw in de polders’ Jeroen De Waegemaeker (ILVO);

SalFar framework on salinization processes; salfar_framework_ salinization_processes_finalreport.pdf (northsearegion.eu)


"Verzilting van de bodem vormt een groeiende uitdaging wereldwijd."

Verzilting van de bodem vormt een groeiende uitdaging wereldwijd. Vooral in onze lage landen, waar de Noordzeedelta in het land dringt en in de kustgebieden zout water langzaam doordringt in het grondwater en de bodemlagen. Het hoge zoutgehalte in de bodem remt de groei van gewassen en vermindert de landbouwproductiviteit, wat resulteert in economische uitdagingen voor de landbouw. De klimaatverandering, ongecontroleerde irrigatiepraktijken en zeespiegelstijging dragen bij aan dit probleem.

Het beheersen van verzilting vereist vandaag een geïntegreerde aanpak, waaronder aangepaste irrigatietechnieken, een duurzaam beheer van het oppervlaktewater en het grondwater, en het behoud en de bevordering van bodemkwaliteit om verzilting tegen te gaan. Anderzijds kan er gekozen worden om gewassen te telen die beter bestand zijn tegen zoutstress om de impact van verzilting te milderen. Deze zilte landbouw kan een oplossing bieden op lange termijn, mits het nodige onderzoek.

Wat zijn polders?

Polders zijn ontstaan als een manier om land te winnen van het water, waardoor mensen veilig en productief in deze voorheen onbewoonbare gebieden kunnen gaan leven en werken. Vroeger vloeide het zeewater tot diep in het huidige binnenland en maakte wonen en bewerken onmogelijk. Door dijken en waterbeheersingssytemen aan te leggen heeft de mens polders gecreëerd. Het land werd zo omsloten en droog gehouden door het overtollige water via sluizen, kanalen en pompen af te voeren. Op die manier was het land ook vruchtbaar geworden voor landbouw en voedselproductie.

Enkele jaren terug waren nog maar weinig mensen bezig met verzil ting. Vandaag komt dit samen met de klimaatverandering sterker op de agenda te staan. Jonge landbouwers zijn er vaak al mee bezig en ook bij landeigenaars staat de problematiek voor de deur. Hoog tijd om hier ook eens een artikel aan te wijden in ons magazine. Lande lijk Vlaanderen heeft trouwens een project ingediend bij Europa om de problematiek bij private eigenaars te gaan onderzoeken.

Algemeen zijn er 4 belangrijke verziltingsprocessen die wereldwijd een rol spelen, 4 mechanismes die zout in de bodem brengen in de kustgebieden.

Te zout in de polders

zout polders

Aftekening van oude kreken in uitgedroogd landschap.

1.      Verzilting door kwel

In laaggelegen kustgebieden bestaat het freatisch grondwater uit 2 grondwaterlichamen. Onderaan is er een basis van zout grondwater met daarboven een zoetwaterlens. Deze zoetwaterlens houdt momenteel het zoute water weg van de wortels van gewassen. Maar vandaag de dag staat die zoetwaterlens in veel kustgebieden onder druk door overconsumptie of door opeenvolgende droogtes. Omdat deze dunne waterlens dunner en dunner wordt, blijft het zoute grondwater naar de wortels stijgen, dit heet kwelverzilting.

2.     Verzilting door overstromingen

Telkens als de zee het land overstroomt, wordt er zout op het land afgezet. Het duurt vaak meerdere jaren voordat het zout uit het gebied is verdwenen. Omdat de zeespiegel stijgt, wordt het risico op deze overstromingen steeds groter. Bij ons speelt verzilting door overstroming echter geen rol meer (zie kader) maar het komt wel voor in omliggende buurlanden waar de kustlijn te groot is om alle nabije land te beschermen.

3.    Verzilting door aërosollen

Als er wind over zee waait, worden er druppeltjes zeewater meegenomen. Wanneer die wind het land bereikt, worden die zeewaterdruppeltjes op het land afgezet, vooral op het land dat het dichtst bij de zee ligt. Dit proces wordt verzilting door aërosollen genoemd. Dankzij onze duinen blijven deze druppels vooral daar hangen, waardoor de Vlaamse landbouwgronden erachter gevrijwaard blijven.

4.    Verzilting door irrigatie

In tegenstelling tot de andere verziltingsprocessen, is dit puur door de mens veroorzaakt. Dit gebeurt wanneer land wordt geïrrigeerd met brak water in plaats van zoet water. “Waarom irrigeert men land met brak water?”, vraag u zich wellicht af. In sommige regio’s simpelweg omdat er geen zoet water beschikbaar is. En naarmate de klimaatverandering voortschrijdt, weten we dat zoet water steeds waardevoller zal worden. Ons zeewater en onze kustondergrond bieden onbeperkte bronnen van brak en zout grondwater.

verzilting
verzilting polders
"In een droge zomer kan je zien dat de zee hier nooit weg is geweest."

De zoute kwel

Bij ons speelt vooral de zoute kwel een rol in de verzilting. Wat is zoute kwel? 1.000 jaar geleden hebben we dit ingepolderd en hebben we een zoetwaterbel gecreëerd op een zoutwaterbel. Als je zou graven, diep graven, zou je onder de zoetwaterbel op zout water stoten, dat zout water dat daar al meer dan 1.000 jaar zit. De dikte van die bovenliggende zoetwaterbel is sterk afhankelijk van allerlei bodemfactoren en topografie. 1.000 jaar geleden was dit slik- en schorregebied, zoals in het Zwin. Het zijn in feite kleibodems waartussen de zee geulen uitgraaft, de zogenaamde “kreken”. Vandaag zijn die kreken opgevuld met zand en liggen lichtjes hoger. Waar vandaag een kreek is, heb je dus zandgrond, waar geen kreek lag, heb je kleigrond. In een kreek gaat de zoetwaterbel groter zijn, omdat op zandige kreekgrond het zoete regenwater beter infiltreert dan op de kleiige poldergronden. In een droge zomer kan je zien dat de zee hier nooit weg is geweest.

verzilting

In een droge zomer gaat de Vlaamse Milieu Maatschappij (VMM) koortsachtig de elektrische geleidbaarheid (EC) meten. Want hoe meer zout er in een slootje zit, hoe meer het water geleidend is en we EC-waarde meten. Is de sloot echt te zout dan moet men stoppen met irrigeren, soms op bevel van de gouverneur (het zogenaamde captatie verbod).

Voorlopig zien we in Vlaanderen nog niet veel verzilting in de wortelzone, behalve dan op beperkte plaatsen zoals diverse natuur gebieden die bestaan uit permanent zilte graslanden.

Hoe ervaren boeren de klimaatverandering dan?

Bij een bevraging over klimaatverandering bij boeren in de Oudlandpolder enkele jaren geleden gaf men dit aan: We zien dat ¼ echt wel bezig is met die wateroverlast. Verzilting is een heel stuk minder, maar waarvan een groot deel wel zegt dat het vandaag wel al voorkomt. Als we dit vergelijken met wat de landbouwers verwachten, dan zie je dat alle categorie en sterk opschuiven. Zo is het toch wel verassend dat bv net die verzilting door 1/3 van de landbouwers gezien wordt als een uitdaging voor de regio, naast wateroverlast en droogte. Samengevat, verzilting in de polders is vandaag eerder beperkt maar wel een bezorgdheid voor de toekomst.

"Samengevat, verzilting in de polders is vandaag eerder beperkt maar wel een bezorgdheid voor de toekomst."

 

Kunnen we niets anders bedenken?

In tijden van droogte kunnen de waterbeheerders van de polders water aftappen van de kanalen en van de ijzer om hun gronden te voorzien. Maar het probleem is dat dit in heel droge periodes niet kan omdat het water te sterk zou dalen. Eigenlijk zou je kunnen stellen dat je dit kan oplossen door in de Ijzer en de Leie het water langer zou ophouden, de zogenaamde sponswerking bij de boeren en landeigenaars en burgers hogerop. Er moet dus meer onthard worden, duurzamer aan bodembeheer worden gedaan, meer natte gebieden gecreëerd worden zodat meer geïnfiltreerd kan worden. Daar werken we vandaag in Vlaanderen ook meer aan.

Hoe doen we dat?

Het kan gaan over creëren van:

- natte valleien

- aanleggen van stuwtjes

- aanleggen van infiltratiepoelen, gekoppeld aan een waterloop

- wadi’s (lokale depressies in het land schap) om water in te laten infiltreren

Daar loopt momenteel ook nog veel onder zoek naar over welke maatregel of mix van maatregelen het meest efficiënt is. Moeten we meer stuwtjes aanleggen om water in opwaartse gebieden vast te houden, of moeten we werken met lokale wadi’s waar we water laten infiltreren of infiltratiepoelen aanleggen? Het onderzoek loopt, maar ondertussen worden er ook al acties onder nomen, onder meer in actieprogramma’s zoals Water+Land+Schap.

Dit zijn allemaal maatregelen die men meer landinwaarts zou moeten nemen. Maar ook in de polders kunnen heel wat zaken gerealiseerd worden. Het sponspotentieel van de bodem is niet overal hetzelfde. In de Kempen, zandig Vlaanderen, zit de grootste waterspons voor Vlaanderen. Daar moeten we dus water vooral zo lang mogelijk vast houden. In de zandleemgronden bovenop een aquitard (= niet waterdoorlatende laag) zoals in de zandleemstreek, daar kunnen we water ook veel langer vasthouden dan in de vallei. Maar ook in de kust is nog heel wat sponspotentieel. Enerzijds in de duinen en anderzijds in de kreken.

verzilting
verzilting
De duinen kunnen als een groot waterreservoir gezien worden. Onder die zandbergen zit immers een grote bel zoetwater.

De duinen kunnen als een groot waterreservoir gezien worden. Onder die zandbergen zit immers een grote bel zoetwater. Het water infiltreert immers makkelijk in zandige ondergrond. Die zoetwaterbel zou maximaal moeten uitgebouwd worden, dat betekent dat we alle water die daar valt maximaal zouden moeten laten infiltreren. De uitdaging ligt er in dat dit het meest verstedelijkte gebied aan de kust is. We kunnen beton slopen, maar we kunnen ook water actief gaan inbrengen. Vandaag gebeurt dit bv. al in Koksijde, waar de lokale drinkwatermaatschappij na het zuiveren van water dat door de appartementsblokken gebruikt is, dit terug infiltreert in de duingordel, die daar weliswaar 3 kilometer breed is. Zo kan de zoetwaterbel daar vergroot worden. Die zoetwaterbel houdt ook de druk van een stijgende zee tegen. Waar de duinengordel immers klein is, kan de stijgende zeespiegel onder de zoetwaterbel duiken en zo meer zout water inwaarts brengen.

verzilting duinen

Duinen als huidig zoetwaterreservoir 

"De uitdaging ligt er in dat dit het meest verstedelijkte gebied aan de kust is."

In Zeeuws Vlaanderen, Nederland, probeert men een gelijksoortige tactiek maar dan in de polders in plaats van in de duinen, door water te injecteren in de kreekruggen. Dat zijn immers ook zanderige gronden die een zoetwaterbel aanhouden. In de winter is het zaak om die zoetwaterbel zo groot mogelijk te maken, zodanig dat je die in de zomer kan gebruiken om te irrigeren (zie figuur). 

verzilting

Peilgestuurde drainages

Ook in de rest van de regio kunnen heel wat aanpassingen gebeuren om het hoofd te bieden aan de klimaatverandering. Het gaat om de kleierige bodems die lager gelegen zijn dan de kreekruggen. Naast het plaasten van stuwen, waar steeds meer mensen willen op inzet ten, is ook peilgestuurde drainage een oplossing.

Naar schatting draineren we vandaag 30% van ons water gewoon weg naar zee. In de polders heb je bijkomend de uitdaging dat je wil vermijden dat het zoute water, dat onder het zoet water zit, tot bij de wortels van de teelten komt. Men voert nu onderzoek om na te gaan of en op welke manier dit kan helpen om het zoute water uit de wortellaag te houden in droge jaren. Het goed uitvoeren van peilgestuurde drainage vergt wel enige kennis van de beheerder om op het juiste moment het peil op het juiste niveau te houden zodat het systeem optimaal kan werken.

drainages peilgestuurd
"Een bijkomende oplossing kan zijn om na te denken over het verbreden van waterlopen of inrichten van bufferbekkens of overstromingsgebieden."
verzilting polders

Wat is peilgestuurde drainage?

Bij peilgestuurde drainage legt men op zo’n 80 cm onder de grond buizen met gaatjes, die omhuld is met een doek om zand tegen te houden. Die buizen zijn allen aangesloten aan een hoofdbuis. In gewone drainagestystemen loopt het water gewoon weg. Bij peilgestuurde drainage mondt het water uit in een regelput. Daar kan de landbouwer met behulp van een overloopsysteem het peil regelen. Enkele dagen voor de veldwerkzaamheden kan het waterpeil even verlaagd worden, het water loopt dan van de regelaar naar de sloot. Nadien kan weer zoveel mogelijk water vastgehouden worden op het perceel. Zo kan je optimaal het water conserveren op het perceel.

Bredere waterlopen en bufferbekkens?

Een bijkomende oplossing kan zijn om na te denken over het verbreden van waterlopen of inrichten van bufferbekkens of overstromingsgebieden. Zo kan men bijkomend regenwater opvangen in het oppervlaktewatersysteem om droge periodes beter het hoofd te bieden. Je zou ook het peil in die waterlopen kunnen herzien. Van nature valt immers de meeste regen in de winter, net dan draineren we opdat we met een laag peil in de sloten water kunnen bufferen en overstromingen vermijden, en de bewerkbaarheid van de grond in het voorjaar te bevorderen. In de zomer valt natuurlijk het minste water, dus dan proberen we water op te stuwen en via een hoog peil in de sloten een productieve landbouw te faciliteren. Omwille van klimaatverandering is het interessant om die peilen en hun timing te herzien, eventueel via de bouw van nieuwe infrastructuren.

Hergebruik van water

Tot slot kunnen we ook nog meer gaan inzetten op het hergebruik van water. Vlaanderen is de meest dichtbevolkte regio van Europa. Meestal geeft dit extra druk, maar hier kan het ook een voordeel zijn. 250.000 mensen wonen op de duinengordel langs de kust. ’s Zomers komt daar nog eens eenzelfde aandeel dagjestoeristen bij. Dat zijn heel wat douches en wasmachines die (zoet) water verbruiken. We gooien dat water te snel terug in zee. We zouden moeten bekijken om dat water terug in onze polders in te brengen. In Barcelona is men aan het overwegen om het afvalwater van de stad, na zuivering, in de nabije polder in te brengen om zo de verzilting in het gebied weg te spoelen. Daar moeten nog heel wat schakels in uitgewerkt worden, maar ook die discussie zal in de toekomst in Vlaanderen wellicht aan bod komen.

Vlaanderen is de meest dichtbevolkte regio van Europa. Meestal geeft dit extra druk, maar hier kan het ook een voordeel zijn. 250.000 mensen wonen op de duinengordel langs de kust.
verzilting

Deel deze post

Landelijk Vlaanderen
Valerie Vandenabeele

Valerie Vandenabeele

Directeur

Verzilting van de polders | Landelijk Vlaanderen