Soort in de kijker

08 aug 2023
Vlaanderen, België
Valerie Vandenabeele
Soort in de kijker

Wilde zwaan (Cygnus cygnus)

Classificatie: vogel – eendachtigen
Statuut: bijlagesoort I vogelrichtlijn, geen rodelijstsoort

Lengte: 1,4- 1,65 m
Gewicht: vrouwtjes 8,7 kg en mannetjes 9,8 kg
Verenkleed volwassen: wit, gele snavelvlek loopt uit tot voorbij de neusgaten, topje zwart net als de poten
Verenkleed juveniel: grijswit
Geluid: luid trompetterende kloe-kloe-kloe

Overwinteraar: midden november tot eind maart in zeer kleine aantallen
Verspreidingsgebied: Eurazië (broedt bij poelen op de toendra)
Leefgebied: grote open waters, polders met natte weilanden en akkers
Voeding: waterplanten en wortels, granen en grassen, soms kleine waterdiertjes

Levenswijze: monogaam, levend in familieverband.
Voortplanting: legsels vanaf eind april, bebroed door vrouwtje, mannetjes verdedigt nest.
Nest: 4 – 7 crèmekleurige eieren langs hoge oevervegetatie.
Ontwikkeling: kippen na 36 dagen, juni-juli, vliegvlug na 3 maand, onafhankelijk na 1 jaar.
Volwassen leeftijd: 4 jaar, kunnen 10-15 jaar oud worden.

Beheer: behoud open valleien met rustgebieden tijdens de wintermaanden. Beperken van verstoring en intensieve landbouw in de winter.

steltkluut

Steltkluut (Himantopus himantopus)

Classificatie: vogel – steltloperachtigen
Statuut: bijlage I vogelrichtlijn, zeldzaam (rode lijst), bijna in gevaar (IUCN)

Lengte: 38 cm
Gewicht: 160 g
Verenkleed mannetje: wit met zwarte mantel en vleugels, lange rechte zwarte snavel, opvallend lange roze poten, soms zwarte petje en nek in de zomer.
Verenkleed vrouwtje: bruinere mantel, minder zwart
Verenkleed juveniel: bruinere-grijzere bovenzijde en witte vleugelachterrand met vuilroze of grijzige poten
Geluid: schril piepend kjiek-kjiek-kjiek

Trekvogel: droge voorjaren zorgen voor hoge aantallen bij ons vanaf maart-april tot juli-augustus
Verspreidingsgebied: midden en Zuid-Europa tot China, overwintert in noorden Afrika en Zuid-Europa
Leefgebied: zoetwatermoerassen, meren en riviervlaktes
Voeding: insecten, slakke en wormpjes in ondiep water, soms zaden

Levenswijze: leeft in kleine kolonies
Voortplanting: broedt vanaf eind mei
Nest: ondiep kuiltje bekleed met plantmateriaal op schaars begroeide bodem met 3-4 grijsbruine tot zandkleurige eieren, donkerbruine vlekken met paarse ondertoon, peervormig
Ontwikkeling: kippen na 22-25 dagen, na 28 dagen vliegvlug en zelfstandig

Beheer: in stand houden schaars begroeide terreinen met ondiep water en rustige nestomgeving. Broedsel beschermen van predatie en vertrappeling.

rivierrombout

Rivierrombout (Stylurus/Gomphus flavipes)

Classificatie: insecten, echte libellen
Statuut: bijlage IV habitatrichtlijn, niet in gevaar (rode lijst)

Lengte: 5 - 5,5 cm
Kleur mannetje: doorlopende gele lengtestreep met zwarte achtergrond. Ook geel op de poten. Borststuk met brede zwarte strepen, rugstreep en schouderstreep raken elkaar meestal. Slank achterlijf.
Kleur vrouwtje: breder postuur en nauwelijks knotsvormige verbreding van het achterlijf.
Larve: 3,1 – 3,5 cm zonder doornen of knobbels op de rug.

Verspreidingsgebied: Europa tot Siberië
Leefgebied: rivieren en grote beken
Voeding: borstelwormen en muggenlarven voor de larven, kleine vliegende insecten voor de libellen.

Levenswijze: vliegt van juni tot eind september
Winterslaap: ei overwinter
Voortplanting: langs de rivier
Ei-afzet: in open water
Ontwikkeling: eitjes komen uit in juni-juli, ontwikkeling larve kan 3-4 jaar duren. Uitsluiptijd end mei tot half augustus.
Volwassen: de imago’s keren na 2 weken terug om te paren.

Beheer: goede waterkwaliteit met natuurlijke rivierdynamiek met stroomluwe zandbanken en ruigten met insecten.

hydrocotyle

Grote waternavel (Hydrocotyle raninculoides)

Status ISEIA: zorgwekkende invasieve exoot voor EU
Oorsprong: Noord-Amerika

Beschrijving: overblijvende, onbehaarde, glanzende oeverplant met bijna ronde 5-lobbige bladeren van 4-10 cm diameter. Witte bloemen, bloeit hier echter zelden. Vormt drijftillen tot 30 cm hoog die volledige waterpartijen overwoekeren. (Niet te verwarren met inheemse waternavel, die kleinere bladeren heeft die niet tot de nerf zijn ingesneden).

Ecologische impact: door het woekeren verhindert ze dat licht en zuurstof doorkomen in het water. Door hun dikte kunnen ze bovendien de waterafvoer belemmeren en komen ze in concurrentie met inheemse soorten.

Hoe bestrijden: Handmatig of mechanisch (zonder snijden) verwijderen, drooglegging in de winter om de plantendelen aan de vorst bloot te stellen, droogte wordt vrij goed weerstaan. Elke 4-6 weken controleren. Men kan ook individuele groeipunten branden (> 2 seconden) mits herhaling elke 4 weken. Tot slot kan ook slibruiming of afgraven van de oevers bij overmatige inworteling.

Deel deze post

Landelijk Vlaanderen
Valerie Vandenabeele

Valerie Vandenabeele

Directeur

Soort in de kijker | Landelijk Vlaanderen