Het Grondwettelijk Hof verduidelijkt de toepassing van het Gemeentewetendecreet

17 mei 2022
Vlaanderen, België
Valerie Vandenabeele
Het Grondwettelijk Hof verduidelijkt de toepassing van het Gemeentewetendecreet

Auteurs: Valérie Vandenabeele & Stijn Verbist (Verbist Advocatuur)


Op 1 september 2019 trad het Gemeentewegendecreet in werking. De Buurtwegenwet werd daarmee opgeheven.  De “buurtwegen” heten sindsdien “gemeentewegen". In de aanloop naar de verkiezingen werd het betreffende gemeentedecreet opvallend snel door het Vlaams parlement gejaagd, zonder enig advies te vragen van de Minaraad (Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen) of SARO (Strategische Adviesraad voor Ruimtelijke ordening en Onroerend erfgoed), die alle belangengroepen van het buitengebied samenbrengen, en evenmin van de Raad van State, die o.m. eventuele strijdigheid met andere wetgeving kan nagaan. Het resultaat was (niet alleen volgens Landelijk Vlaanderen) een niet weloverwogen decreet vol onduidelijkheden en tegenstrijdigheden, dat ook door vele juridische experten gehekeld werd. Landelijk Vlaanderen was vooral gealarmeerd over de lezing die private eigenaars alle plichten oplegde en alle rechten ontnam, alsook de mogelijkheid voor onpartijdig oordeel (logischerwijze via vrederechter) in praktijk ontnam. Samen met enkele particulieren diende Landelijk Vlaanderen daarom een verzoek tot vernietiging van het gemeentewegendecreet in bij het Grondwettelijk Hof. 

Op 7 oktober 2021 deed het Grondwettelijk Hof uitspraak in de zaak betreffende het Gemeentewegendecreet waarin Landelijjk Vlaanderen de vernietiging vroeg. Het initiatief van Landelijk Vlaanderen heeft derhalve, mede dankzij uw steun, geleid tot verhelderende rechtspraak. We vatten de voornaamste zaken voor u samen. Het initiatief van Landelijk Vlaanderen heeft derhalve, mede dankzij uw steun, geleid tot verhelderende rechtspraak. We vatten de voornaamste zaken voor u samen.

 

Wegenregister

Artikel 37 van het gemeentewegendecreet verplicht gemeentes om een gemeentelijk wegenregister op te maken. Deze moet de oude Atlas der Buurtwegen zodoende vervangen.

Omdat de oude Atlas der Buurtwegen (die dateert van 1841) intussen vele fouten bevat (doordat sommige gegevens in de archieven verloren zijn gegaan en de kennis over de jaren ook verloren ging doordat het belang ervan tot de recente herleving door wandelclubs en vzw’s minimaal was), was Landelijk Vlaanderen bezorgd dat dit register de louter informatieve waarde zou overstijgen en zo rechtsgronden zou creëren die discutabel zijn. Er is ook geen procedure voorzien om eventuele fouten te corrigeren, hetgeen toch verontrustend kan genoemd worden.

Het Grondwettelijk Hof stelt gelukkig dat de Vlaamse Regering hiermee niet de bedoeling had een nieuwe atlas te creëren, maar dat het wegenregister “een louter informatief gegevensbestand” is. Zodoende ziet het Hof niet in dat dit negatieve gevolgen zou hebben voor de betrokken eigenaars.

"Het gemeentelijk wegenregister kan als dusdanig geen erfdienstbaarheid opleggen of een 30-jarig gebruik tot stand brengen. Het register zelf kan geen rechten vestigen of ontnemen."

Het register zelf kan geen rechten vestigen of ontnemen. 

Beheer van een gemeenteweg

Het gemeentewegendecreet stelt dat de gemeente belast is met het beheer op de gemeentewegen, ook de gemeentewegen die over private eigendom lopen. Hoe ver gaat dit? Maaien in broedseizoen, gebruik ongewenste herbiciden, verharding, verhoging… Zij kan daarbij ook bv versperringen (vb omgewaaide of tijdelijk afleggen gekapte bomen) zomaar verwijderen of “laten” verwijderen.

Landelijk Vlaanderen klaagde aan dat dit verregaande gevolgen kan hebben, daar de gemeente naar eigen goeddunken kan omgaan met de grond van een private eigenaar, zonder voorafgaande vorm van contact, desnoods via aanmaning of ingebrekestelling. De gemeente kan zelfs zonder afspraak met de eigenaar een beheersovereenkomst met derden (in het parlementair debat gaf men als vb. terreinbeherende verenigingen of (semi-)publieke overheden) afsluiten op zijn grond. De eigenaar krijgt zelfs geen voorkeursrecht om zijn eigen grond te beheren, laat staan dat er afstemming voorzien wordt met het beheer van de eigenaar, bv. die voorzien is in een goedgekeurd beheerplan.

Het Grondwettelijk Hof zegt dat er geen risico bestaat tot inperking van het eigendomsrecht van de eigenaar. Ze stelt dat bij het uitoefenen van de beheerstaken steeds de relevante wetgeving moet worden toegepast en dat de beheerovereenkomst met derden enkel betrekking kan hebben op het uitoefenen van die beheerstaken. Niettemin stelt het Hof dat uit de parlementaire voorbereiding niet kan worden afgeleid dat de gemeente over de mogelijkheid zou beschikken om “enkel met gebruikers” een overeenkomst te sluiten.

"De gemeente wordt dus, althans volgens onze interpretatie,  geacht de private eigenaar te betrekken als partij wanneer een overeenkomst tot beheer van de gemeentewegen wordt afgesloten met derde gebruikers."

30-jarige verjaring

Volgens het gemeentewegendecreet komt een grondstrook in aanmerking als gemeenteweg als kan worden bewezen dat ze gedurende de voorbije 30 jaar werd gebruikt. Noteer ook dat Landelijk Vlaanderen reeds toevoegde dat de toegankelijkheid onder het natuurdereet niet als bewijs van dit 30-jarig gebruik kan dienen. Wegen en buurtwegen die op 1 september 2019 bestaan worden geacht gemeentewegen te zijn.

Landelijk Vlaanderen haalt in het beroep aan dat het moet gaan om een voortdurend gebruik om voor de verjaring in aanmerking te komen. Ook is niet duidelijk welke wegen die op 1 september 2019 bestaan men bedoelt. Diegenen die praktisch, of theoretisch op papier bestaan?

Het Grondwettelijk Hof verklaart dat het ooit eens gebruikt zijn niet volstaat als bewijs voor de verjaring, maar dat het een duidelijk en ondubbelzinnig voortdurend en ongestoord gebruik moet zijn.

"Het louter negeren van een verbodsbord volstaat in geen geval om van een gemeenteweg te spreken. Ook kan de gemeente een eerdere rechtelijke beslissing tot opheffing van een weg niet negeren, gezien de gemeente een motiveringsplicht heeft."

Belangrijk is dat de rechter hiermee toch eerdere rechtspraak erkent en het decreet geen vrijgeleide laat voor moedwillig negeren van verbodsborden die private eigendom zonder erfdienstbaarheden kenbaar maken.

Rechter en partij? En de vrederechter?

Het gemeentewegendecreet voorziet louter in een administratief beroep, dat binnen 30 dagen na de definitieve vaststelling van het gemeentelijk rooilijnenplan kan ingesteld worden bij de Vlaamse Regering.

Landelijk Vlaanderen hekelde in haar beroep echter dat niet alle geïmpacteerden op de hoogte worden gebracht. Beroep kan enkel worden aangetekend door wie een bezwaar optekende in het openbaar onderzoek. Het is niet duidelijk of gemeenten naast de eigenaar van de grond, als ook de aangelande eigenaars op de hoogte brengen van dit openbaar onderzoek. Dit in tegenstelling tot bv het Onroerenderfgoeddecreet en Landinrichtingsdecreet waar alle zakelijk rechthoudres of rechthebbende per beveiligde zending op hoogte worden gebracht van een besluit tot defintieve bescherming of herverkaveling. Het is dus best reëel dat je als aanpalende eigenaar niet op de hoogte was en dus niet binnen de 30 dagen kon reageren.

Bovendien beperkt het gemeentewegendecreet waarop je beroep kan aantekenen de redenen van het beroep. Je kan bv. geen beroep aantekenen omwille van een vaststelling van gebruik door publiek van de gemeente of een juiste berekening van 30-jarige periode, het opnieuw activeren van reeds verdwenen buurtwegen enz. We kunnen dit dus geen volwaardig administratief beroep noemen. Dit in tegenstelling met gemeentewegen die via andere procedures ontstaan zoals via een omgevingsvergunningenprocedure en wel ruimer administratief beroep kennen.

Het Grondwettelijk Hof stelt in haar oordeel dat het decreet geen afbreuk doet aan de mogelijkheid om jurisdictioneel beroep bij de vrederechter in te stellen. Zo is er geen verschil in behandeling t.a.v. de procedure bij omgevingsvergunningen.

"Het decreet doet geen afbreuk aan de mogelijkheid om jurisdictioneel beroep bij de vrederechter in te stellen."

Eigenaars van de gemeenteweg worden op de hoogte gebracht van het openbaar onderzoek door beveiligde zending naar hun woonplaats. Over de aangelanden zegt het Grondwettelijk Hof niets.  

Het Grondwettelijk Hof oordeelt dat het beroep bij de Vlaamse Regering en vervolgens bij de Raad van State volwaardig zijn. En hoewel de Raad van State zijn niet kan beslissen wat er moet gebeuren, kan zij wel een beslissing vernietigen, dewelke de overheid dan moet aanvaarden en daarnaar handelen.

Landelijk Vlaanderen leest in dit decreet toch veel autonoom beslisrecht voor de gemeente, waarbij de private eigenaar als tweede partij geen inspraak krijgt. De Vlaamse regering stelt dat de gemeente zich als overheid in de beste positie bevindt om beslissingen te nemen over haar wegennet. Volgens het Hof doet dit geen afbreuk aan de Grondwet, maar past het binnen een modern, eenduidig en eengemaakt wegennet. Laten we er dan voorlopig van uitgaan dat ook de gemeente de rechten van private eigenaars erkent als eerste partij bij het ontstaan en gebruik van een erfdienstbaarheid en private eigenaars bijgevolg ook als een volwaardige eerste partij betrekt. Het Hof concludeert immers dat het decreet het meenemen van de private belangen niet uitsluit. Het komt ons voor dat de beginselen van behoorlijk bestuur ook impliceren dat het standpunt van de eigenaar wordt betrokken.

Meerwaarde versus minwaarde

Het gemeentewegendecreet spreekt van een waardevermeerdering of -vermindering in geval van aanleg, verplaatsen of afschaffen van de gronden waarop een gemeenteweg ligt.

In het beroep stelde Landelijk Vlaanderen dat de berekening van de meer- of minwaarde niet gelijkberechtigd was. De meer- en minwaarde worden in het decreet gekoppeld aan het stukje grond waar de weg op loopt (de venale waarde daarvan), terwijl de waardebepaling ruimer is en ook de aangelanden kan impacteren. Denk maar aan het doorsnijden van 1 groot akker in 2 kleine stukken, de mindere bereikbaarheid voor beheer aan de rand van een gemeenteweg, de privacy wanneer de weg door een tuin of kort bij een woning loopt.

"De vergoeding voor meer- of minwaarde heeft betrekking op het perceel waarop de gemeenteweg gelegen is."

Het Grondwettelijk Hof concludeert uit de parlementaire voorbereiding dat de vergoeding voor meer- of minwaarde betrekking heeft op het perceel waarop de gemeenteweg gelegen is en niet louter de grondstrook die de gemeenteweg vormt. Uit de parlementaire voorbereiding begrijpt het Hof dat de waardevermeerdering of -vermindering afhankelijk is van de concrete omstandigheden en daarom niet limitatief volgens criteria kan weergegeven worden in het decreet.

Het Hof geeft hierbij jammer genoeg geen duidelijk antwoord of daarmee de aangelanden vergoed kunnen of moeten worden voor waardevermindering of impact op hun eigendomsrecht. De rechtspraktijk zal dit dus moeten uitwijzen.

Landelijk Vlaanderen dankt de vele private eigenaars, bedrijven en anderen die hun steun boden aan het voeren van deze procedure, die heeft geleid tot belangrijke verduidelijkingen.

Deel deze post

Landelijk Vlaanderen
Valerie Vandenabeele

Valerie Vandenabeele

Directeur

Het Grondwettelijk Hof verduidelijkt de toepassing van het Gemeentewetendecreet | Landelijk Vlaanderen