Grondwater stopt niet bij de perceelsgrenzen

14 nov 2024
Vlaanderen, België
Valerie Vandenabeele
Grondwater stopt niet bij de perceelsgrenzen

Auteurs: Sarah Garré, Jeroen De Waegemaeker, Hilde Muylle (ILVO, Instituut voor Landbouw- Visserij en Voedselonderzoek)

 

"De roep om natte landbouw modellen is groot, maar voorbeelden zijn er amper in Vlaanderen."

Natte natuur is essentieel voor het klimaat, voor biodiversiteit en voor het filteren en opslaan van water. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat vernattingsprojecten steeds hoger op de politieke agenda komen te staan. Maar dergelijke plannen hebben ook een grote impact op landbouwers in de buurt, want grondwater stopt niet bij de perceelsgrenzen. De roep om natte landbouwmodellen is groot, maar voorbeelden zijn er amper in Vlaanderen. Welke pioniers kunnen onderzoekers en sector helpen de broodnodige ervaring en waardeketen uit te bouwen?

 

Gronden vernatten

Wat is dat nu, zo’n vernattingsproject? Meestal gaat het om waarde volle natte natuur of veenland, die door steeds vaker voorkomende droogte en door menselijke ingrepen, zoals drainage, onder druk ko men te staan. Soms gaat het ook om gebieden waar grondwaterwinning is of waar simpelweg meer water in het landschap gebufferd moet worden als voorbereiding op mogelijke droogte. In het verleden zette Vlaanderen in op grachten en pompen om land geschikt te maken voor landbouw en bebouwing. Maar vandaag zakt het grondwater soms te diep weg bij droge periodes om natte natuur en kleine waterlopen te kunnen voorzien van het nodige water. Bij vernattingsprojecten willen de waterbeheerders dat proces omkeren door grachten te dempen of pompen uit te schakelen. De oppervlakkige grondwatertafel moet op die locaties weer omhoog, liefst gedurende het hele jaar. Maar onder de grond zijn er geen afsluitingen of perceelsgrenzen.

"Waar Europa officieel aangeeft dat natuur beheer multifunctioneel beschouwd wordt – compatible met bosbouw en landbouw – trekken een aantal individuen en lobbyisten dit in twijfel."

Grondwater is verbonden via de gangen en gaatjes tussen de bodemkorrels waarin het opgeslagen zit. Als je dus het grondwater dichter bij de oppervlakte brengt, gebeurt dat waarschijnlijk niet enkel in het natuurgebied, maar ook in de gebieden in de buurt. Bij droogte is dat in veel gevallen positief voor onze Vlaamse teelten. De plantenwortels kunnen dan bij gebrek aan regen nog aan water geraken dieper in de bodem doordat het grondwater dichtbij is. Maar wanneer het wel veel regent, of het grondwater permanent in de wortelzone aanwezig is, krijg je heel wat negatieve effecten op landbouwgewassen. Plantenwortels hebben immers zuurstof nodig om te kunnen werken en krijgen stress of sterven wanneer er geen zuurstof meer te vinden is. Sommige ziektes en plagen verspreiden zich gemakkelijker bij natte omstandigheden, denk maar aan de ‘aardappelziekte’ bij natte jaren. Als de bodem heel nat is, kan ze ook minder gewicht dragen. Het wordt dan moeilijk om met machines uit te rijden om het land te bewerken, te zaaien of te oogsten. Kortom, hoge grondwaterstanden maken het moeilijk of zelfs onmogelijk om rendabel en duurzaam te boeren met onze klassieke teelten.

 

Paludicultuur

Natte landbouw of ‘paludicultuur’ wordt vaak voorgesteld als alternatief voor conventionele landbouw in gebieden waar vernatting nodig is. Vaak gaat het om permanent natte gebieden met veen, maar ook over valleigebieden waar men het water meer ruimte wil geven en dus dynamische natte zones genereert. Alternatieve teelten zoals lisdodde, veenmos of miscanthus vinden hun toepassing in diverse sectoren zoals de bouwindustrie, agro- of farmaceutische industrie. Een overzicht van diverse mogelijkheden in Vlaanderen vind je in de tabel. Daarnaast vormt natte landbouw een overgang tussen intensief cultuurland en natte natuur, en kan het mee instaan voor waterzuivering en zorgen voor waterbuffering. Toch zijn er nog veel vragen over hoe een boer zo’n teelt rendabel kan beheren en of er überhaupt een lokale afzetmarkt voor is. Het blijft bij vernattingsprojecten dus in eerste instantie belangrijk om de impact op conventionele teelten in te schatten, omdat natte landbouw nog onvoldoende voor een zeker inkomen en een stabiele toekomst kan zorgen.

"Natte landbouw zorgt vandaag nog onvoldoende voor een zeker inkomen en een stabiele toekomst."

Om stappen vooruit te zetten is het vooral essentieel dat landbouw onderzoekers en pioniers de handen in elkaar slaan om beloftevolle teelten en afzetmarkten samen te verkennen op gronden die tijdelijk of permanent nat zijn. Zo kunnen ze ervaring opdoen en deze delen met conventionele landbouwers en overheden om tot realistische business cases te komen in overgangsgebieden tussen natte natuur en conventionele landbouw. Zonder de broodnodige lokale ervaring rond teeltmethodes en initiatieven om duurzame contacten tussen landbouwer en verwerkende industrie tot stand te brengen, blijft ‘natte landbouw’ wellicht nog een tijdje dode letter.

Wil je hier graag meer over weten of ben je eigenaar van een gebied waar natte landbouw potentieel heeft? Neem dan zeker contact op met Hilde Muylle (hilde.muylle@ilvo.vlaanderen.be) of Sarah Garré (sarah.garre@ilvo.vlaanderen.be).

boer landbouw
"Natte landbouw of ‘paludicultuur’ wordt vaak voorgesteld als alternatief voor conventionele landbouw."
natte landbouw

Lisdodde: een voorbeeld van een ‘nieuwe teelt’ bij vernattingsprojecten

Lisdodde wordt vaak naar voor geschoven op plaatsen waar water weer meer ruimte moet krijgen en waar landbouw en natte natuur soms met elkaar in conflict komen te staan. Lisdodde komt in de natuur voor op de oever van rivieren, waar het waterpeil op en neer gaat doorheen het jaar. Lisdodde wordt gebruikt in bouwmaterialen. De pluim en de wortel (als je die vroeg oogst) kunnen gebruikt worden in voedingsindustrie. Daarvoor is het belangrijk dat de velden voldoende groot zijn, zodat de bedrijven zeker kunnen zijn van een voldoende grote leverancier. Lisdodde is ook nuttig voor veevoeder en stalstrooisel, maar de marktprijs hiervan is zeer laag. De productiekost is dan weer hoog, onder meer door de speciale machines met rupsbanden die nodig zijn om op moerassige grond te rijden. Waar de teelt van lisdodde kan dienen om veengebieden te beschermen en meer koolstof op te slaan en de landbouwer vergoed kan worden voor die dienst als ‘carbon farming’ is er dan weer wel een mooi verdienmodel mogelijk. In Vlaanderen zijn de veengebieden schaars, klein en sterk versnipperd en is er alsnog geen rendabel verdienmodel.

landbouw
landbouw

Deel deze post

Landelijk Vlaanderen
Valerie Vandenabeele

Valerie Vandenabeele

Directeur

Grondwater stopt niet bij de perceelsgrenzen | Landelijk Vlaanderen