Auteur: Valérie Vandenabeele
Op 23 februari 2022 kwam de Vlaamse regering tot een akkoord over de definitieve invulling van de PAS (Programmatorische Aanpak Stikstofdeposities). In het zogenaamde Krokusakkoord koos de Vlaamse regering voor optie 8 van het generieke scenario (G8). Dit scenario bevat generieke emissiereducties tegen 2030 voor heel Vlaanderen, waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen specifieke habitatrichtlijngebieden (SBZ-H). De doelstelling van de PAS is om in 2030 voor elk habitattype in een SBZ-H de overschrijding van de kritische depositiewaarde (KDW) met 50 % te reduceren (t.o.v. 2015).
Waarom een PAS?
In 2014 zijn de instandhoudingsdoelen voor de 38 Vlaamse Natura 2000 habitatrichtlijngebieden (SBZ-H) goedgekeurd. De EU lidstaten moeten er voor zorgen dat in die gebieden de tot doel gestelde Europese natuur in een gunstige staat kan komen. Een te hoge stikstofconcentratie is voor vele van die habitats (denk maar aan oligotrofe waters, ven gebieden, heides, kruidenrijke graslanden en vele zeldzame voorjaarsflora in bossen) een belemmering om te kunnen groeien. Ze kunnen de concurrentie niet aan met grassen, bramen, netels en vele andere ruigtesoorten die snel en veelvuldig groeien bij hoge stikstofconcentraties.
De mate waarin bepaalde habitats nog kunnen concurreren bij een bepaalde stikstofwaarde noemt men de Kritische Depositie Waarde (KDW). Deze KDW werd voor elk type habitat berekend.
Diverse activiteiten, voornamelijk in veehouderij (stallen) en verkeer (weginfrastructuur, zeevaart of luchtvaart) stoten stikstof uit onder de vorm van resp. ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NOx) die in de nabije omgeving neervalt en stikstof in de bodem brengt. Deze activiteiten zijn vaak vergunningsplichtig en daarop stelt de Europese regelgeving dat moet ingegrepen worden. De Vlaamse regering zal via de PAS (die juridisch verankerd moet worden om rechtszekerheid te geven dat de stiksstofreductie zal gebeuren) deze vergunningen herevalueren en nieuwe vergunningen aan een strikter kader onderwerpen. Wie een vergunningsplichtige activiteit wil uitvoeren, dient eerst via een voortoets na te gaan of de activiteit een mogelijke impact heeft. Zo ja, dient men een passende beoordeling op te maken, die zal uitwijzen of de activiteit een laag dan wel een hoog risico vormt inzake stikstofdeposities op gevoelige habitats. Men zal dan nagaan of de activiteit kan doorgaan, al dan niet mits nemen van mitigerende maatregelen.

"Landelijk Vlaanderen uit bij de betrokken beleidsmakers en in het openbaar onderzoek haar bezorgdheid en mogelijke oplossingen bij snelle verplichte allocatie van natuurdoelen."

Evolutie van de emissie van stikstof (ton N j–1, totaal + per sector) in Vlaanderen tijdens de periode 2000–2020
Op welke activiteiten hebben de reducties van de PAS impact?
Volgende emissiereducties zijn vastgelegd in het G8-scenario, die uitvoering moet geven aan de definitieve PAS:
1. Luchtbeleidsplan 2030
2. Alle piekbelasters (= rode bedrijven) moeten hun activiteiten stoppen tegen 2030.
3. Varkens en pluimvee in Vlaanderen moeten tegen 2030 hun emissies met 60 % reduceren in alle niet-AEA (ammoniakemissiearme = traditionele) stallen
4. Melk- en vleesvee moeten emissies met 15 % reduceren en mestkalveren met 20 % tegen 2030
5. In alle groene bestemmingen van de SBZ-H geldt vanaf 2028 nulbemesting.
6. De emissie van mestverwerkingsinstallaties met de grootste impactscore moet met 30% verminderd worden tegen 2030.
7. Per gereden kilometer moet het wegverkeer 2,3 kton NOx minder uitstoten tegen 2030.
Bij toepassing van deze generieke maatregelen zou de emissie van NOx tegen 2030 met 45 % dalen en NH3 met 40%. Zo zou volgens de berekeningen in 33 van de 38 SBZ-H de stikstofreductiedoelstelling voor 2030 gehaald worden. Voor de overige 5 SBZ-H is specifiek maatwerk voorzien. Het betreft de Kalmthoutse heide, De Maten, de Mechelse heide en vallei van de Ziepbeek, de Voerstreek en de Vennen, heiden en moerassen rond Turnhout. Dit specifieke maatwerk betekent dat er doelen versneld ruimtelijk gealloceerd zullen worden op percelen, waar eigenaars verplicht zullen worden deze in te richten en de nodige herstelmaatregelen te nemen. Landelijk Vlaanderen uit bij de betrokken beleidsmakers en in het openbaar onderzoek haar bezorgdheid en mogelijke oplossingen bij snelle verplichte allocatie van natuurdoelen.
Voor een SBZ-H, nl. Turnhouts Vennengebied is men daar echter niet in geslaagd wegens te weinig draagvlak. Voor dit gebied werd voormalig voorzitter van Boerenbond, Piet Vanthemse, per 1 april aangesteld als intendant. Hij krijgt ½ jaar de tijd om een team samen te stellen om met de lokale actoren in overleg te gaan en om een oplossing te vinden. Landelijk Vlaanderen werd reeds gecontacteerd om overleg te plegen.

Ruimtelijke spreiding van de stikstofdepositie in Vlaanderen in het PAS-referentiejaar 2015.
Wat houden de maatregelen in?
Luchtbeleidsplan
In oktober 2019 keurde de Vlaamse regering reeds een luchtbeleidsplan goed dat een aantal maatregelen bevat om de luchtverontreiniging in Vlaanderen tegen 2030 te reduceren. Het gaat om een reductie van 43,3 % (56,5 kton) NOx en 16,8 % (7,3 kton) NH3 ten opzichte van het referentiejaar 2015.
2015 is het referentiejaar dat gebruikt wordt om alle maatregelen in het PAS-programma tegen af te toetsen. Elke daling die vermeld wordt, is dus een daling ten opzichte van 2015. 2015 is daarmee ook het jaartal op basis van dewelke de zogenaamde rode en oranje bedrijven berekend zijn. Dit kan een belangrijk gegeven zijn voor bedrijven die een bezwaarschrift indienen, bv. omdat ze sindsdien significante investeringen inzake stikstofreductie deden.
In de PAS-nota bestendigt de Vlaamse regering deze doelstellingen.
Stopzetting piekbelasters
Piekbelasters zijn bedrijven (vnl. veeteelt, mestverwerkers en industriële puntbronnen) die een impact van > 50 % van de KDW op minstens een habitat in een SBZ-H hebben. Het gaat in totaal nog om 41 veehouderijen en 2 mestverwerkingsinstallaties die in 2015 als “rode bedrijven” gecatalogeerd stonden en nog steeds actief zijn. (In totaal stopten of verplaatsten zich sinds 2015 al 17 rode bedrijven onder de tot nu toe geldende flankerende maatregelen voor rode bedrijven.)
Deze overige rode bedrijven of piekbelasters zal de regering vervroegd stopzetten tegen 2025, het gaat daarbij om het stopzetten van de stalemissies van de veehouderijen. Wie zijn bedrijfsvoering al in 2024 stopt, krijgt een 10 % hogere vergoeding, wie in 2023 al stopt zelfs een 20 % hogere vergoeding. De berekening van de vergoeding zal identiek gebeuren als bij het huidige flankerend beleid en zal ook rekening gehouden worden met de nog geldende looptijd van de verleende vergunning.
Belangrijk om weten is dat deze “stopzetting” vooral doelt op de stopzetting van het gebruik van stallen voor vee. In vele gevallen zal de landbouwer hiermee ook volledig zijn landbouwactiviteit stoppen, maar het kan ook zijn dat de landbouwer verderzet als akkerbouwer of extensieve veehouderij. Landelijk Vlaanderen dringt eropaan dat de eigenaars kennis moeten hebben van het stopzetten van de landbouwactiviteit of een ander gebruik. Er moet immers vermeden worden dat pachtcontracten worden overgedragen aan andere landbouwers en gronden zo worden vastgehouden onder de pachtwet, of in het andere geval dat de waarde van de landbouwgronden zou verminderen door een gedwongen ander gebruik. De overheid is zelf vragende partij dat eigenaars hun gronden meer zouden inzetten conform diverse beleidsdoelen, maar de huidige pachtwet blijft eigenaars uit de mogelijkheid houden hun gronden anders aan te wenden.
Maatregelen veehouderij
Ook de zogenaamde donkeroranje bedrijven (die tussen 20 en 50 % bijdragen aan de KDW op een habitat in SBZ-H) kunnen, net zoals de piekbelaster, gebruik maken van hetzelfde flankerend beleid inzake vrijwillige stopzetting. Het gaat in totaal om 116 donkeroranje bedrijven
Voor de oranje bedrijven (met impactscore tussen 5 en 50 %) stopt de inrichtingsnota met maatregelen, zij moeten vanaf nu voldoen aan de reductiedoelen van het G8-scenario om nog vergund te kunnen zijn. Ze vervallen bij hun vergunningsaanvraag onder het nieuwe beoordelingskader. De vergoedingen voor vrijwillige stopzetting gelden niet langer. Het ging in referentiejaar 2015 om 504 veehouderijen.
Voorts worden in de definitieve PAS de generieke bronmaatregelen voor vee opgesplitst in varkenshouderij, pluimveehouderij en rundveehouderij.
Voor varkens- en pluimveehouders moeten in de nog niet-AEA (ammoniakemissiearme = traditionele) stallen de emissies met 60 % afnemen tegen 2030 (opnieuw t.o.v. het referentiejaar 2015). Sinds 2003 zijn landbouwers verplicht om nieuwe stallen volgens de AEA-technieken te bouwen. Voor de afname zal hierop getoetst worden en varkens- en pluimveehouders zullen hun stikstofaandeel moeten reduceren door minder dieren te houden, betere staltechnieken of een combinatie van beiden. Finaal zou tegen 2030 de varkenssector 60 % minder mogen uitstoten en de pluimveesector 49 % minder.
Voor varkenshouders met een impactscore van meer van 0,5 % (van de KDW op een habitat in SBZ-H) zou later dit jaar ook een oproep komen tot vrijwillige stopzetting. De bedrijven met de hoogste impact krijgen daarbij voorrang indien er onvoldoende budget is voor alle aanvragen. Ze kunnen ook hun stallen slopen tegen een vergoeding per m2.
Bijkomend besliste de Vlaamse regering dat de varkensstapel tegen 2030 met 30 % gereduceerd moet worden. Dit zal deels automatisch volgen uit de voorgenoemde maatregelen, deels met een bijkomende oproep tot vrijwillige stopzetting.
Voor het terugdringen van de ammoniakuitstoot van de rundveehouderij wordt voor vlees- en melkvee een reductie van 15 % en voor mestkalveren 20 % tegen 2030 vooropgesteld. Ook hier zal dit moeten gebeuren door een vermindering in het aantal dieren, betere stal- en beweidingstechnieken, maatregelen uit de nog vast te stellen PAS-lijst voor runderen of een combinatie ervan. Elk bedrijf zal gevraagd worden hiertoe een minimale inspanning (5 %) te leveren. Als men tegen 2026 niet halverwege de doelstelling is, zal de markt van actieve NER’s (nutriëntenemissierechten) aangepakt worden. Men zal daarbij de slapende NER’s volgens 1 januari 2022 (op basis van de voorgaande 3 jaar aangegeven NER’s en met een marge van 10 %) afromen. Momenteel zijn er 311,9 miljoen NER’s in omloop, waarvan 52,5 miljoen slapend of niet ingevuld. Hiervan zullen er 41 miljoen verdwijnen.
Omdat in sommige landbouwsystemen niet altijd alle emissie reducerende technieken even eenvoudig toepasbaar zijn, voorziet de PAS ook in een aantal correctiemechanismen:
· Kleinschalige bedrijven die een impactscore lager dan 0,025 % hebben, worden vrijgesteld van de verplichte generieke stikstofreductiepercentages, maar moeten wel aangepast maatregelen nemen die realistisch toepasbaar zijn.
· Biologische bedrijven met een impactscore tussen 0,025 % en 1 % worden eveneens vrijgesteld van de verplichte reducties, maar moeten wel de maatregelen van de PAS-lijst invullen die inpasbaar zijn.
· Biologische bedrijven met een impactscore van meer dan 1 % moeten de reductiepercentages wel halen.
· Voor diercategorieën en productiesystemen waarvoor geen erkende maatregelen voorhanden zijn (geiten, schapen, konijnen…) wordt een PAS-lijst opgesteld.
"Een te hoge stikstofconcentratie is voor vele van die habitats (denk maar aan oligotrofe waters, ven gebieden, heides, kruidenrijke graslanden en vele zeldzame voorjaarsflora in bossen) een belemmering om te kunnen groeien."
Nulbemesting
De PAS voorziet een stopzetting van bemesting in alle groene bestemmingen (incl. VEN) binnen de SBZ-H op 1 januari 2028. Daarmee vervroegt men drastisch de uitdoving waarbij landbouwers in deze bestemmingen nog 2 generaties konden bemesten (via een ontheffing, die nu dus wordt ingetrokken). Landelijk Vlaanderen merkt dat eigenaars ook hier geconfronteerd worden met een overheid die geen woord houdt, wat een onmiddellijke waardevermindering van hun grond inhoud, die nooit verrekend werd. Zij zullen deze gronden niet langer als landbouwgrond kunnen verpachten, verhuren of (laten) exploiteren. Een uitzondering geldt echter nog op huiskavels (473 van de totaal 3.4493 ha).
Mestverwerkingsinstallaties
De 20 grootste installaties zorgen samen voor 98 % van de uitstoot. De 18 grootste moeten in de PAS met 30 % reduceren tegen 2030. Het gaat om het verplicht toepassen van luchtzuiveringstechnieken voor NH3-reductie en het wettelijk vastleggen van voorwaarden voor luchtwassystemen zoals bij de AEA-stallen voor veehouders.

(boven) Stikstofdepositie in Vlaanderen in het zichtjaar 2030 onder G8-scenario. (midden) Verschil in stikstofdepositie tussen zichtjaar 2030 (G8) en PAS-referentiejaar 2015. (onder) Verschil tussen stikstofdepositie en de KDW voor stikstofgevoelige habitats in SBZ-H in 2030.
Deel 2, 3 en 4 zijn gepubliceerd in ons magazine De Landeigenaar 95 - juni / juli/ augustus 2022. Contacteer ons voor inzage.

