De toekomst van landbouw ligt in de bodem

28 nov 2025
Vlaanderen, België
Valerie Vandenabeele
De toekomst van landbouw ligt in de bodem

Bron: Eigen verslaggeving studiedag Regeneratieve Landbouw


“De afgelopen jaren hebben eigenaars en landbouwers meer dan ooit gevoeld hoe grillig het klimaat kan zijn.”

Op 3 juni waren we te gast op de proefboerderij van Agriland in Rixensart voor een studiedag over regeneratieve landbouw, een omgevingsrespecterende vorm van landbouw die Robert de l’Escaille met Agriland uitprobeert als een landbouwpraktijk met veel aandacht voor de bodem om zo de wijzigende klimaatsomstandigheden beter het hoofd te kunnen bieden.

Klimaat: records die niemand wil breken

De afgelopen jaren hebben eigenaars en landbouwers meer dan ooit gevoeld hoe grillig het klimaat kan zijn. Droge lentes, natte zomers, hittegolven en extreme regenval wisselen elkaar af en maken land bouw en bosbeheer complexer dan ooit. Tijdens de studiedag over regeneratieve landbouw werd gezocht naar antwoorden: hoe kunnen bodem, biodiversiteit en innovatie samen zorgen voor een leefbare toekomst? Robert de l’Escaille van Agriland toonde harde cijfers. Sinds 1840 stijgt de gemiddelde temperatuur, en vooral de laatste vijf jaar zitten we steevast één tot twee en een halve graad boven de historische norm. Regenval schommelt tussen de 600 en 1200 millimeter per jaar, maar valt steeds minder gelijkmatig: maandenlange droogte wordt afgewisseld met stortbuien. De records stapelen zich op. 2020 was het warmste jaar sinds 1833, tegelijk de droogste april en mei ooit. In 2021 kregen we de natste zomer, in 2022 de droogste lente én de heetste zomer. In 2024 werd het recordaantal regendagen gebroken: 202 op 365. Twee trends tekenen zich duidelijk af: meer extreme weersfenomenen en een voortdurende opwarming. “De enige manier waarop landbouw kan overleven, is door de bodem als ons kapitaal te beheren,” aldus de l’Escaille.

“Daarnaast moeten we biodiversiteit in en rond de percelen koesteren.”

Proefboerderij als laboratorium

Op zijn 40 hectare zandleemgrond combineert Agriland gangbare landbouw (63%) en bio (37%). Niet om te kiezen, maar om de sterktes en zwaktes van beide systemen te begrijpen en de goede praktijken door te geven. Er worden granen, aardappelen, groenten, gras en miscanthus geteeld, soms in mengteelten. De uitdaging is een langetermijnvisie waarin biodiversiteit, bodem gezondheid en economisch rendement samengaan. Bodembeheer betekent zo weinig mogelijk ploegen, organische bemesting om koolstofbalans neutraal te houden en permanente bodembedekking.

Biodiversiteit wordt versterkt via hagen, bomen, agroforestry, erosiestrips en bufferzones. Lange teeltrotaties – acht jaar in plaats van vier – verrijken het bodemleven. Productiviteit blijft belangrijk, want zonder rendabele teelten is opschaling onmogelijk. Precisielandbouw moet helpen om duurzaamheid en rendement dichter bij elkaar te brengen.

Hoe als niet-actieve landbouwer bijdragen?

Voor eigenaars zijn dit geen louter theoretische principes. Ook wie geen actieve landbouwer is, kan met enkele eenvoudige ingrepen veel betekenen. Hagen en heggen aanplanten of herstellen levert bescherming tegen wind, watererosie en verdamping. Bufferstroken langs beken of in perceelhoeken voorkomen uitspoeling van mest stoffen en pesticiden, en zijn tegelijk waardevolle biotopen. Vaak zijn er bovendien premies beschikbaar: tot 1.800 euro per hectare voor bredere bufferstroken. En wie met zijn land minder productieve hoe ken kent, kan die omvormen tot grasland, hoogstamboomgaard of kleine landschapselementen. Het verhoogt de ecologische waarde, zorgt voor koolstofopslag en versterkt de beleving van het eigendom.

“Ook wie geen actieve landbouwer is, kan met enkele eenvoudige ingrepen veel betekenen.”

Wie zulke maatregelen neemt, versterkt niet alleen de natuur en de bodemkwaliteit, maar vergroot ook de weerbaarheid van zijn eigen dom. Bovendien zijn veel ingrepen verzoenbaar met een economisch rendement: bufferstroken brengen stabiele premies op, boomgaarden kunnen lokaal fruit opleveren, en hagen leveren brandhout of biomassa.

Hagen, heggen of houtkanten aanplanten of herstellen

Ze beschermen tegen wind, verminderen erosie en bieden schuilplaatsen voor vogels en insecten. Mogelijke steun: VLM- of ANB-subsidies voor land schapselementen, vaak in samenwerking met lokale besturen, Regionale Landschappen of Wildbeheerseenheden.

landbouw

Bufferstroken en akkerranden inrichten

Langs waterlopen of perceelranden kunnen deze stroken de uitspoeling van nutriënten beperken en tegelijk bloemen, bijen en kleine fauna aantrekken.

Minder productieve perceelhoeken herbestemmen

Denk aan grasland, hoogstamboomgaarden of struweel. Zulke zones leveren natuurwaarde en versterken de landschapsbeleving.

Bodemscans laten uitvoeren

Een scan geeft inzicht in textuur, organisch materiaal en koolstofgehalte. Daarmee kan een eigenaar beter beslissen of de bodem intensieve teelt, extensief beheer of bebossing aankan.

Kleine landschapselementen beheren

Poelen, houtkanten en bomenrijen verhogen de biodiversiteit en maken eigendommen aantrekkelijker.

Bio versus gangbaar: lessen uit de praktijk

 De vergelijking tussen gangbaar en bio blijft gevoelig, maar de proefcijfers liegen niet. Gemiddeld ligt het rendement van bio lager: tarwe haalt 10 ton per hectare in gangbaar tegenover 4,8 ton in bio, spelt 8,1 versus 5,1 ton, maïs 11 versus 8,2 ton en aardappel 50 tegenover 35 ton. De biomarkt kende bovendien een stevige terugval, wat de economische druk verhoogt. Toch biedt bio inzichten in bodemkwaliteit en biodiversiteit die ook gangbare landbouwers inspireren. Voor eigenaars die samenwerken met landbouwers is dit relevant: het toont dat het niet gaat om een keuze voor zwart of wit, maar om het zoeken naar synergie.

“Autonome drones scannen percelen en sporen wild op voor het maaien.”

Regeneratieve landbouw: bouwen aan levende bodems

Regeneratieve landbouw gaat een stap verder. Zo weinig mogelijk bodembewerking en altijd levende wortels in de bodem door cover crops, die al ingezaaid worden vóór de oogst, zorgen ervoor dat de bodem nooit kaal is. Het principe is koolstofneutraliteit: wat het veld verlaat, moet worden gecompenseerd met mest of andere organische input. Chemische middelen worden zo beperkt mogelijk ingezet, enkel curatief en nooit preventief. Voorbeelden tonen hoe dit werkt: spelt wordt direct ingezaaid in platgereden groenbedekkers, of koolzaad wordt gecombineerd met linzen en klaver die in de winter verdwijnen en ruimte laten voor een sterke hoofdteelt. Ook voor boseigenaars is dit herkenbaar: het idee om de bodem te voeden met organisch materiaal en hem nooit kaal te laten, geldt net zo goed in het bosbeheer.

drone

Technologie als hefboom

Innovatie maakt het verschil tussen goede bedoelingen en praktische haalbaarheid. Op Agriland wordt gewerkt met software (Dacom, CropX) en sensoren om bodem en teelten nauwkeurig te volgen. Autonome drones scannen percelen en sporen wild op voor het maaien. Bodemvochtsensoren helpen irrigatie en bemesting te optimaliseren. Droge agri-flight drones verspreiden zaden zonder de bodem te verdichten.

Ook hier kunnen eigenaars mee profiteren: een bodemscan, uitgevoerd met quad of terreinwagen, brengt de textuur en het organisch materiaal in kaart. Daarmee kan men zien welke zones van een per ceel gevoelig zijn voor erosie of verdichting, en waar herstelmaatregelen nodig zijn. Syngenta’s InterraScan gaat zelfs tot 27 lagen diep, van fosfor en kalium tot actieve koolstof en waterbeschikbaarheid. De gegevens worden vertaald naar praktische taakkaarten die land bouwers of loonwerkers meteen kunnen gebruiken. Voor eigenaars geeft dit inzicht: waar ligt de potentie van de grond, en waar zijn beperkingen die vragen om natuurbeheer of extensieve teelten?

Het perspectief van de eigenaar

De studiedag gaf ook een inkijk in het perspectief van eigenaars die kiezen voor samenwerking. Christophe Lenaerts beheert landgoed Heihuyzen via een stichting, om zo onverdeeldheid te vermijden en de eigendom bijeen te houden voor toekomstige generaties.

“Als je pas op je 70ste erft, ontbreekt de horizon. Jong erven of een generatie overslaan maakt visie mogelijk.”

Agriland verzorgt er de landbouw, Landmax het bosbeheer en natuur compensaties. Het domein behaalde als enige in België de hoogste EU-erkenning voor privaat natuurbeheer, de “Anders Wall Award”. Naast landbouw en bos is er ruimte voor recreatie: tuindagen, jeugd kampen, een fly-in, wandelingen en zelfs producten zoals jenever en gin uit bosplanten. De uitdagingen zijn herkenbaar voor veel eigenaars: wetgeving die botst tussen erfgoed, natuur en landbouw, en bossen die zich moeten aanpassen aan droogte en ziekten.

Naar een nieuw landbouwmodel

Wat vooral blijft hangen, is dat er geen zwart-witkeuze bestaat tussen bio en conventioneel. Beide systemen hebben hun sterktes en hun schaduwzijden. Kopersulfaat in bio is bv. slecht voor de bodem; plastic en nutriëntenverlies zijn dan weer uitdagingen in gangbare landbouw. Voor eigenaars is de les duidelijk: niet het model is bepalend, wel de zorg voor de bodem en de biodiversiteit. Naast aangepaste landbouwpraktijken kan dat ook via hagen, bufferstroken, bodemscans of het herwaarderen van minder productieve stukken grond. Vaak zijn hiervoor subsidies en samenwerkingsverbanden beschikbaar, maar nog belangrijker: het verhoogt de veerkracht van het hele eigendom. Regeneratieve landbouw bundelt deze elementen en kan zo het fundament leggen voor een toekomstbestendig systeem. Of zoals Robert de l’Escaille het verwoordde: “De landbouw van mor gen is niet bio, niet gangbaar, niet een derde model. Het is landbouw die bodem en biodiversiteit centraal stelt én economisch leefbaar blijft.”

Deel deze post

Landelijk Vlaanderen
Valerie Vandenabeele

Valerie Vandenabeele

Directeur

De toekomst van landbouw ligt in de bodem | Landelijk Vlaanderen