De groeiende everzwijnpopulatie in Europa

03 jun 2018
Vlaanderen, België
Valerie Vandenabeele
De groeiende everzwijnpopulatie in Europa

Auteur: Jurgen Tack, Landelijk Vlaanderen


Op 26 juni werd in het Europees Parlement een hoorzitting gehouden over de sterk toenemende everzwijnpopulaties in Europa. Een wetenschappelijk rapport van onze Europese koepelorganisatie, ELO, werd er aan de EU Parlementsleden en het aanwezige publiek voorgesteld. Het rapport is gebaseerd op meer dan 5.000 wetenschappelijk gevalideerde artikels die verschenen in wetenschappelijke vakbladen sinds 1977. De toenemende wetenschappelijke interesse in de problematiek van de sterk groeiende everzwijnpopulatie in Europa blijkt overduidelijk uit het sterk toenemend aantal wetenschappelijke publicaties over het onderwerp. Het voorgestelde rapport geeft een overzicht van de aantallen everzwijnen in een groot aantal Europese lidstaten. Zonder uitzondering zien we een sterke toename. De data uit België zijn enkel afkomstig uit Wallonië en geven een populatiegroei van een 5.000-tal in het begin van de jaren 80 tot bijna 30.000 in 2012. In Vlaanderen komt het everzwijn voor het eerst voor in 2006 maar ook hier kent het een exponentiële groei in het laatste decennium.

"De groeiende everzwijnpopulaties over geheel Europa hebben verschillende negatieve effecten op de mens."

Negatieve effecten van everzwijnen

Gezondheid

Everzwijnen zijn verantwoordelijk voor de overdracht van verschilende ziektes op zowel dier als op mens. Het aantal meldingen van ziekteoverdrachten in de medische literatuur gaat van 623 in de periode 1980 tot en met 1984 naar 15.500 in de periode 2010 tot en met 2014.

Huishoudelijk afval als voedingsbron

Een toenemend aantal everzwijnen begeeft zich in de stad op zoek naar voeding. Daarbij wordt voornamelijk huishoudelijk afval geviseerd. In talrijke Europese steden trekt het everzwijn actief de stad in: Berlijn, Barcelona, Rome, Vilnius, Budapest, Genua, Milaan , Toulouse, Pau, … In Berlijn heeft men weet van 5.000 tot 8.000 everzwijnen die zich in de stedelijke omgeving ophouden. Op zoek naar voeding richten ze vaak een ravage aan wanneer ze huisvuilzakken openscheuren.

Schade aan landbouwgewassen

Het everzwijn is vandaag een van de belangrijkste oorzaken van schade aan landbouwgewassen met een groot economisch verlies als gevolg. Een toenemend aantal Europese landen compenseert hun landbouwers voor de opgelopen schade. De uitgekeerde schadevergoedingen nemen jaar na jaar toe. Intussen worden jaarlijks reeds vele miljoenen euro’s uitbetaald aan getroffen landbouwers. Zo keerde de Franse overheid in 1973 nog € 2,5 miljoen uit aan schadevergoedingen. In 2005 was dat opgelopen tot € 21 miljoen en in 2008 reeds tot € 32,5 miljoen. Gewassen die het vaakst schade oplopen door everzwijnen zijn maïs, aardappelen, bonen, erwten, suikerbieten en granen.

everzwijn

Biodiversiteit

Het everzwijn woelt grote gebieden om. Het berperkt zich daarbij niet alleen tot landbouwgebieden. Ook natuurgebieden moeten er vaak aan geloven. Door het omwoelen van de grond wordt de plantengmeenschap soms zwaar verstoord. Door het omwoelen van de bodem krijgen invasieve exoten vaak ook de kans om zich versneld te vestigen.

Verkeersongelukken

Naast jacht zijn verkeersongelukken de belangrijkste doodsoorzaak bij everzwijnen. Cijfers zijn niet altijd makkelijk te achterhalen omdat aanrijdingen met everzwijnen niet afzonderlijk worden gemonitord door verzekeringsmaatschappijen. In Zweden beschikt men wel over de nodige cijfers en daar blijkt het aantal ongelukken met everzwijn gestegen te zijn van 572 in 2003 naar 4.153 in 2012.

Oorzaken van de toenemende populaties

Jacht

In Europa neemt het aantal jagers geleidelijk af. Hoewel er meer everzwijnen worden geoogst met minder jagers, is de geoogste hoeveelheid onvoldoende om de groeiende populaties in te perken.

Jachtpraktijk

Door de negatieve houding van een groeiende groep mensen ten opzichte van jacht heeft de jagerij zichzelf striktere regels opgelegd. Zo worden niet langer jonge everzwijnen of zwangere zeugen geschoten. Jagers zullen dan ook bij voorkeur volwassen exemplaren schieten.

Demografie

Natuurlijke predatoren zullen eerder jonge en zwakke dieren doden. Deze dragen evenwel minder bij aan de aangroei van de populatie. Jacht heeft hierdoor een groter regulatiepotentieel dan de aanwezigheid van predatoren. Een te hoge jacht- of predatiedruk zet everzwijnen dan weer aan om sneller hun jongen te werpen waardoor deze versneld zullen bijdragen aan de populatiegroei.

Bijkomende voeding

Jagers maken gebruik van verschillende vormen van bijvoederen met het oog op het lokaal concentreren van everzwijnen. Dit gebeurt vaak om de everzwijnen makkelijker te kunnen tellen, te bejagen of om de dieren een alternatief te geven voor de voeding die ze vinden in landbouwakkers. Het bijvoederen, wanneer uitgevoerd met onvoldoende kennis, kan evenwel op zich leiden tot een versnelde groei van de populatie.

Klimaat

Klimaat is wellicht de belangrijkste variabele die de sterk toenemende populatie verklaart. Hogere temperaturen geven de everzwijn-jongen immers een veel hogere kans om de winter te overleven. Bovendien heeft de klimaatswijziging ook een positieve impact op de opbrengst van tal van landbouwgewassen die op hun beurt dan weer een voedingsbron zijn voor de everzwijnen.

Herbebossing

In Europa groeit het bosbestand weer aan. Hierdoor ontstaat heel wat bijkomend habitat dat uitstekend geschikt is voor everzwijnen.

Rust

Een ander fenomeen dat in grote delen van Europa wordt gezien is dat heel wat mensen het platteland inruilen voor de stad. Hierdoor verwildert een deel van het platteland. Everzwijnen gedijen goed op rustige plaatsen.

Voedselaanwezigheid

Mais en koolzaad zijn twee landbouwgewassen die in recente decennia steeds vaker worden verbouwd in Europa. Deze gewassen zijn evenwel ook ideale voedingsbronnen voor het everzwijn. Ook de vergroeningsmaatregelen binnen het Europees landbouwbeleid waarbij ondermeer mosterd wordt aangeplant, geeft het everzwijn gelijktijdig bijkomend habitat waar het ongemerkt kan verblijven als een bijkomende voedselbron. De primaire natuurlijke voedingsbron van het everzwijn is evenwel mast (een verzamelnaam voor noten en vruchten in het bos). Jaren waarin deze voedingsbron veelvuldig aanwezig is noemt men mastjaren. Het aantal mastjaren neemt evenwel snel toe omdat de toenemende wintertemperaturen ten gevolge van de klimaatswijziging een positief effect hebben op de aanwezigheid van mast.

everzwijn

Hoe ingrijpen?

Jacht

Jacht kan een zeer effectieve vorm van regulatie zijn wanneer deze met kennis van zaken gebeurt. De klopjacht is bij everzwijn de meest effectieve vorm van jacht maar krijgt steeds vaker een negatieve weerklank bij het grote publiek. In heel wat Europese lidstaten blijkt de jacht op everzwijn gesloten te zijn in periodes waar de jacht op everzwijn het sterkste effect kan hebben op de populatie.

Bijvoederen

Wanneer het bijvoederen op een wetenschappelijk onderbouwde manier gebeurt, kan het bijvoederen een belangrijk hulpmiddel zijn om de jacht op everzwijn meer effectief te laten verlopen.

Fencing

Het afschermen van landbouwgewassen kan lokaal een oplossing zijn. In streken waarbij de landbouw sterk gefragmenteerd is, zoals in Vlaanderen, is dit evenwel een zeer dure oplossing omdat de omtrek van de landbouwpercelen bijzonder hoog ligt ten opzichte van de oppervlakte.

Nood aan betere ondersteuning

Wildbeheerders hebben nood aan een veel sterkere (wetenschappelijke) ondersteuning. Vaak hebben ze onvoldoende kennis van recente wetenschappelijke ontwikkelingen die hun kunnen helpen het wildbestand op een effectieve en efficiënte wijze onder controle te houden. Het Wildlife Estates Label is zo een initiatief. Natuurbeheerders en landeigenaars worden via dit label geholpen hun domein zo maximaal mogelijk te beheren in functie van de aanwezige biodiversiteit. In Vlaanderen wordt het Wildlife Estates Label vertegenwoordigd door Landelijk Vlaanderen.

everzwijn

Aantal geoogste everzwijnen in Wallonië in de periode 1982 tot 2012 (© ELO)

Besluiten

  1. Analyse van de gegevens per EU-lidstaat tonen aan dat de everzwijnpopulatie over geheel Europa significant is toegenomen gedurende de laatste 30 jaar
  2. De toename van de everzwijnpopulatie beïnvloedt de verspreiding van ziektes, de gezondheid van dieren en mensen, en veroorzaakt schade aan landbouwgewassen en biodiversiteit. Deze effecten hebben een rechtstreekse economische impact.
  3. Het aantal verkeersongelukken waarbij everzwijnen betrokken zijn neemt toe.
  4. De recreatieve jacht heeft de populatietoenames van het everzwijn niet kunnen verhinderen. Anderzijds zou het probleem, zonder de recreatieve jacht, wellicht nog groter geweest zijn.
  5. Wetenschappelijk bewijs toont aan dat de toename van de everzwijnpopulaties wordt beïnvloed door de dalende trend in het aantal jagers, door wijzigende jachtgebruiken, door herbebossing en door de toenemende aanwezigheid van voeding (mast en landbouwgewassen).
  6. Het is duidelijk dat de belangrijkste variable die verantwoordelijk is voor de groeiende everzwijnpopulaties in Europa het wijzigende klimaat is. Hogere temperaturen in de winter en de lente beïnvloeden sterk de voortplanting (hogere temperatuur in de winter) en de overleving van jonge everzwijnen (hogere temperatuur in de lente). Klimaatswijziging speelt ook een belangrijke rol bij de grotere voedselaanwezigheid (mast en landbouwgewassen). Hierdoor wordt het positieve effect van klimaatswijziging op de overleving van de soort nog versterkt.

Aanbevelingen

  1. Ontwikkel een Europese databank met alle relevante data over de everzwijnpopulaties in Europa. Het huidige gebrek aan een degelijke dataset kan maar aangepakt worden door een gemeenschappelijke inspanning van zowel wetenschappers, jagers als natuurbeschermers. Er is daarbij nood om gemeenschappelijke methodologieën te ontwikkelen voor het verzamelen van objectieve data en voor het correct samenbrengen van data uit verschillende bronnen (jachtstatistieken en data van lokale studies). Dit moet leiden tot een beter en meer effectief beheer van everzwijnpopulaties en minder negatieve interacties tussen mens en everzwijn.
  2. Er is nood om de jachtpraktijk substantieel bij te sturen met het oog op het onder controle houden van de groeiende everzwijnpopulaties:
    1. Zich richten op de meest relevante leeftijdscategorieën (60% van de nakomelingen zijn afkomstig van everzwijnen die niet ouder zijn dan 2 jaar en meer dan 30% van de nakomelingen zijn afkomstig van everzwijnen jonger dan 1 jaar)
    2. Gebruik maken van de meest effectieve jachttechnieken
    3. Drijfjacht mogelijk maken gedurende het hele jaar
    4. Jachtperiode uitbreiden (naar het gehele jaar)
  3. Het bijvoederen en aankorrelen toelaten maar beter reguleren, vertrekkende vanuit een wetenschappelijk onderbouwde methodologie.
  4. Het grote publiek beter informeren over de negatieve relaties tussen mens en everzwijn en hoe deze te vermijden.
  5. Samenwerking tussen overheden, wetenschappers, landeigenaars en natuurbehouds-groeperingen moet versterkt worden.
  6. Nood aan het ontwikkelen en uitvoeren van strategieën die erop gericht zijn de negatieve gevolgen van everzwijnen op de mens (landbouwschade, ongelukken, …) te minimaliseren.
  7. Private landbeheerders moeten beter ondersteund worden met passende instrumenten (bv. het Wildlife Estates Label).
  8. Bovenstaande aanbevelingen moeten gecombineerd en toegepast worden met inachtname van de lokale situatie.

Deel deze post

Landelijk Vlaanderen
Valerie Vandenabeele

Valerie Vandenabeele

Directeur

De groeiende everzwijnpopulatie in Europa | Landelijk Vlaanderen